NATUURDWALEN * Wie weleens met dichters heeft gesproken, weet dat hun geest zelden een rechte lijn volgt. Dat is ook zo bij Rick Terwindt, dichter van Van Gogh Nationaal Park. Waar anderen soms verdwalen in zijn wervelende, associatieve gedachtestromen, kan ik op een of andere manier zijn boodschap wel volgen. We spreken ergens eenzelfde taal. Voor zijn nieuwste dichtbundel ‘Verdween een ijsvogel aan de waterkant’ vroeg Rick me het voorwoord te schrijven. Hij kwam er bij me thuis over vertellen. Weer die zinnen, onaf, een mozaïek van gedachten en daarna een stilte. Ik kreeg ter inspiratie nog een digitaal kijkje in de bundel en zag een letterlijke waaier aan kleuren van eenvoudig ‘grasgroen’ tot aan het poëtische ‘dieporanje stilte’, kleuren die je in de natuur kunt gaan zoeken met een heel praktische kleurenwaaier zoals je die kent uit de verfwinkel. En daarbij dan de subtiele natuurkunst van Sarah van Rossum, precies passend bij de woorden, die hunkeren naar een vogel die we steeds minder vaak zien in ons landschap.
Bestel de bundel via Uitgeverij T of Taalbeleving
Mijn voorwoord
De ijsvogel was er ineens en verraste de dichter. Het zeldzame moment waarin mens en dier samen zijn, één zijn. Dat is die ene tel, die ene ontmoeting, die je een leven lang bijblijft.
Natuurlijk zocht de dichter later opnieuw naar de vogel, maar die liet zich niet meer zien en maakte juist daarmee de onuitwisbare indruk die leidde tot een stapel gedichten.
In deze bundel richt de dichter zijn blik op die felblauwe flits en zijn onderwatertempel, in de wetenschap dat de wereld daaromheen is versteend en vergrauwd en volgestouwd, dat het landschap, dat ooit breeduit ademde, in stukjes uiteen is gevallen.
We bevinden ons op de grond van Brabant, waar Vincent van Gogh leefde en schilderde. Zelfs een ijsvogel. Een opgezet exemplaar weliswaar. In deze gedichten klinkt de naam van de schilder als vraag: Vincent, wat vind je van Brabant anno 2026? Het is zoeken naar wat van weleer zich nog laat zien. Dat lukt alleen als je goed speurwerk verricht.
De ijsvogel is de aanwezige afwezige. Hij verschijnt, verdwijnt, wordt naarstig en driftig teruggeschreven door de dichter met woorden van subtiel verzet. Tegen achteloosheid. Tegen vergetelheid. Tegen het idee dat verlies onvermijdelijk is. In beelden van bedrijventerreinen, efficiënte akkerbouw, klappende rozen, tovervee en herkauwend groen klinkt een pleidooi voor een andere manier van waarnemen. Wacht niet tot alles verdwenen is, maar leer kijken vóór het te laat is. Want het is al jaren vijf voor twaalf. Hoelang kan dat nog duren?
De dichter zei tegen me: “ik wil die ijsvogel vertellen dat we het beter gaan doen met de wereld, wij mensen, en dat we hem missen. Want als hij er is, is het goed.”
Wie deze bundel leest, wordt een schemerwandelaar. Iemand die leert lopen buiten de tijd. De dichter vraagt geen grote gebaren van je. Hij wil dat je ervaart. Dat je luistert hoe de stilte stroomt. Dat je ziet hoe de dag droomt. En dat je misschien, heel even, daar dat helende blauw en dat oranje vuur ziet flitsen. Wow, zag jij ook die vliegende edelsteen? En herinner je hem nu voor altijd?
Wist je dat elk gevoel een eigen kleur heeft? Voel de kleuren in het landschap van jouw leven. Pak de RAL-waaier erbij, om er woorden voor te vinden, met de code voor de verfmenger in de bouwmarkt. Zo kun je je slaapkamer ijsvogelblauw of vurig oranje schilderen voor grandioze dromen.
Want zolang je blijft bewonderen, verwonderen en dromen, is nog niet alles verloren.


Mooi voorwoord Katja. Ben benieuwd naar de bundel. Ga hem misschien wel bestellen.
Wat leuk om te horen, ik vind het een heel mooi hebbeding. Ben je een ijsvogelliefhebber?