De pracht en de kracht van bloemen

Detail schilderij Jan Heesters

SLOW FLOWERS – Voor het museum Jan Heestershuis in Schijndel verzorgde ik de opening van de expositie De pracht van bloemen. Ik dook de boeken in en mijmerde en schreef afgelopen week dit verhaal, dat ik voordroeg op 19 juli. De expositie is te zien tot en met 6 december.

Inleiding

De pracht van bloemen heeft z’n oorsprong in een wonderbaarlijke geschiedenis. Jullie kennen allemaal het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Maar hoe hebben zij elkaar ooit ontmoet?

Daar ben ik eens ingedoken.

Ooit waren er geen bloemen

Wist je dat er ooit aan planten nog helemaal geen bloemen zaten?

Honderden miljoenen jaren geleden, hier op Aarde, groeiden er planten die zich op een heel andere manier voortplantten. Het vroegste groen op land, dat waren mossen. Later kwamen daar gigantische bossen van paardenstaarten en metershoge varens bij. Zij plantten zich voort via sporen. Een proces dat veel vocht vereiste. Uit die periode kennen we nu nog de heermoes.

Dino’s in het groen

In het dinosauriërs-tijdperk (300–140 miljoen jaar geleden) kwamen de naaktzadigen als ginkgo’s, palmvarens en naaldbomen. Die gebruikten geen sporen meer, maar windbestuiving, want het werd droger. De dinosauriërs leefden in een heel groene wereld, en zagen tijdens het grootste deel van hun bestaan geen bloemen, en geen kleuren of geuren zoals we ze nu kennen.

En toen, in het Krijt-tijdperk, circa 140-130 miljoen jaar geleden, gebeurde hét, weten we door fossielen. De bloem verscheen, en HOE! De biodiversiteit explodeerde massaal! Iets wat eeuwen later Charles Darwin voor een raadsel stelde. Hij noemde het zelfs een abominable mystery, een afschuwelijk mysterie.

Later werd dat mysterie door genetici ontrafeld. Zij ontdekten dat de bloeiende planten iets unieks waren gaan uithalen met hun genen. Die genen hebben zich eeuwenlang vrijelijk gekopieerd en gemuteerd, waardoor planten – evolutionair gezien – in recordtempo nieuwe vormen, kleuren en structuren konden ontwikkelen.

Co-evolutie met insecten

En dan was er nóg een versneller van die explosie van bloemen, namelijk de co-evolutie met insecten, zoals kevers, vliegen en de voorlopers van bijen, wespen en later vlinders. Zodra een plant een kleine variatie in kleur of geur ontwikkelde, trokken die specifieke eigenschappen een specifiek insect aan. Zóveel efficiënter dan de wind: beestjes die gericht van de ene bloem naar de andere soortgenoot vliegen!

Door die gelijktijdige ontwikkeling van bestuivers en bloemen ontstonden in een paar duizend jaar talloze, uiteenlopende bloemsoorten, op elke plek van de wereld weer passend in de omstandigheden die daar heersten. In de koele bergen of op het tropische eiland waren verschillende eigenschappen nodig. Bloemen ontwikkelden daarbij talloze ingenieuze strategieën om ‘hun’ insecten naar hun stampers en meeldraden te krijgen: de bloem werd een ware verleider met allerlei slimme lokkertjes.

Verleidingstactieken van bloemen

Denk aan het vingerhoedskruid, met diepe kelken waar dikke hommels zich in laven, of viooltjes die met lokstreepjes als een landingsbaan de weg wijzen naar zoete nectar. De wijdgeopende margriet of wilde peen zijn juist een heel toegankelijk platform. Dan zijn er bloemen die oplichten in UV-patronen, onzichtbaar zijn voor mensen, waarneembaar door bijen, zoals bij de dotterbloem of de wilde braam.

En verleiden, dat doen ze op het juiste moment, om de beurt. Zodra de schemering valt, sluiten madeliefjes en klokjes hun bloemen, en bedienen de avondkoekoeksbloem en de teunisbloem de nachtelijke vliegers door pas dán hun bloembladeren te openen. En dan lokken bloemen ook met hun geuren.

Is het niet wonderlijk om te bedenken dat de bloemen van nu een erfenis met zich meedragen van meer dan 100 miljoen jaar oud? Zonder die evolutionaire sprong in het Krijt-tijdperk en die insectenspecialisatie, was onze wereld nu nog steeds een groenkleurige wildernis van varenbladeren en dennennaalden uit de dinotijd.

En… waren wij mensen er misschien niet geweest, zoals we er nu zijn.

Mensen en bloemen

Bloemen veranderen in vruchten, zaden, noten, om zich voort te planten, en daarvoor gebruiken ze de wind, maar ook dieren, die de vruchten en zaden verspreiden door verzamelen (mieren en muizen), of verstoppen (gaaien) of: eten en uitspugen of uitpoepen, zoals vogels en zoogdieren, zoals de mens…

De vroege primaten, onze verste voorouders, leefden in de boomtoppen en aten fruit. Ook de eerste rechtop lopende mensachtigen op de Afrikaanse savannes aten grote hoeveelheden fruit, bladeren en knollen. Bloemen waren voor hen belangrijk, want ze wisten: waar bloei was, kon later geoogst worden. Ook de moderne mens, de Homo sapiens, vanaf zo’n 300.000 jaar geleden, gebruikte de kennis van bloemen om z’n nomadische routes te plannen, om overal op tijd te zijn voor de rijpe bessen, noten en vruchten.

Bij de overgang naar landbouw, zo’n 12.000 jaar geleden, ging de mens zich vestigen en zelf planten verbouwen. Toen begon het planten selectief kruisen om grotere, zoetere vruchten te krijgen.

En al die kennis over bloemen als overlevingsstrategie, die zit nog stééds diep in ons oerbrein.

Goede zin van bloemen door ons oerbrein

Professor Erik Scherder, de bekende neuropsycholoog, vertelde onlangs in een van zijn toegankelijke filmpjes op sociale media over wat bloemen met onze hersenpan doen. Bij het zien van de echte bloemen neemt de activiteit in hersengebieden die te maken hebben met angst, stress en somberheid drastisch af, en… dat effect houdt dagenlang aan. Mensen die ’s ochtends vroeg bloemen zien, voelen zich direct energieker én hebben beduidend minder last van een ochtendhumeur.

Hoe dat komt? Bloemen activeren een cocktail van signaalstoffen in je hersenen (neurotransmitters) zoals het beloningshormoon dopamine, het verbindingshormoon oxytocine en de stemmingsregulatoren serotonine & endorfine. Het zien en ruiken van bloemen stimuleert onze zogenaamde rich club hubs: grote, centrale knooppunten in je brein waar enorm veel zenuwverbindingen samenkomen. Bloemen stimuleren deze netwerken, wat ons brein efficiënter maakt.

Dan kunnen ook kleuren van bloemen nog effect hebben op ons gemoed. Blauwe en witte bloemen verlagen de hartslag en verminderen stress. Gele en oranje bloemen activeren hersengebieden die gelinkt zijn aan alertheid en creativiteit. En bloemengeur schiet rechtstreeks naar je emotiecentrum. Als je bijvoorbeeld lavendel ruikt, zet je je zenuwstelsel in de relaxstand.

Kortom: die bos bloemen op tafel en die border in de tuin is geen overbodige luxe of een puur decoratief dingetje. Het is een directe en effectieve investering in je mentale gezondheid.

Bloemen gezien door kunstenaars

Nou, geen wonder dus dat bloemen ook de emoties van kunstenaars hebben beroerd en geïnspireerd tot het maken van prachtige werken.

Het schilderen van bloemen heeft in de Lage Landen een rijke geschiedenis. In de zeventiende eeuw waren stillevens zorgvuldig gearrangeerde boeketten met exotische bloemen die in werkelijkheid nooit tegelijkertijd bloeiden. Ze werden samengebracht om hun symboliek, het ‘vangen en vasthouden’ van hun schoonheid, zeker van kostbare, zeldzame bloemen.

Rond 1870 trekken kunstenaars naar buiten, de vrije natuur in, en gaan ze alledaagsere en wilde soorten schilderen: pioenrozen, papavers, waterlelies en bosviooltjes. Soms vangen ze de essentie van een bloem gewoon in één enkele, trefzekere kleurveeg. Welke bloem het exact is, doet er niet toe, het gaat om het gevoel.

Claude Monet kiest zijn eigen bloemrijke tuin in Giverny als muze. Vincent van Gogh begint nog traditioneel, maar al snel exploderen zijn irissen en zonnebloemen in uitbundige kleuren als uitdrukking van zijn innerlijke stormen. De landschapsschilders van de Haagse School grijpen naar het bloemstilleven om te ontsnappen aan hun sombere Hollandse landschappen, om even wat vrijer met kleur te spelen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog breekt radicale vernieuwing aan. Piet Mondriaan reduceert de bloem tot hoekige lijnen, Bart van der Leck bouwt zijn bloemen op uit losse kleurblokjes. Vlak na die oorlog volgen de expressionistische Jan Sluijters en Charley Toorop, die de bloem als onderwerp gebruiken voor kleur- en vormexperimenten.

Zo blijven bloemen almaar een onderwerp voor veel kunstenaars, tot aan de dag van vandaag, met de gelaagde, spirituele bloemenzeeën van de Brabantse schilder Marc Mulders.

En die Brabantse wortels brengen ons bij de basis van deze tentoonstelling. Want ook in het oeuvre van Jan Heesters, die zijn huis naliet aan de gemeenschap om er een museum van te maken, nemen bloemen een bijzondere plaats in. Veel inspiratie vond hij destijds in zijn eigen tuin. Heesters sluit aan bij de traditie van bloemenschilders vanuit het weergeven van de schoonheid, de vergankelijkheid en ook: het aandachtige kijken naar kleur, vorm, compositie. Met helder kleurgebruik en subtiele penseelvoering weet hij bloemen levendig en bijna tastbaar weer te geven, ze zijn een ware ode aan schoonheid van de natuur.

Onze eeuwenoude alliantie met bloemen

Toen ik over deze onderwerpen zat te denken, op te zoeken in mijn boeken, en te schrijven, moest ik tot mijn spijt concluderen dat die eeuwenoude alliantie tussen bloem, mens, natuur en cultuur vandaag de dag onder ongekende druk staat. Terwijl we hier in het museum genieten van de meesterlijke penseelstreken, prachtig keramiek en glas, gedetailleerde fotografie, zelfs papierkunst, allemaal geïnspireerd op die bloemen, voltrekt zich buiten een stille crisis onder onze bloemen en de inheemse bestuivers. De insecten die honderd miljoen jaar lang samen met deze bloemen zijn geëvolueerd, vinden steeds minder vaak ‘hun bloem’ waarmee ze al zo lang in harmonie leven. En dat komt helaas door die ongebreidelde expansiedrift van de mens.

Het roept de vragen op: begrijpen wij mensen nog wel waar die bloemen, die bijtjes én zodoende wijzelf vandaan komen? Wat is de betekenis van de bloem nog voor onze huidige tijd? Wat laten wij nog aan inheemse oerkracht toe? En weten wij dan wel genoeg voor onszelf te zorgen? Of nemen we alles wat leeft voor lief, of zelfs slechts ter kennisname aan?

Bloemen hebben ons het huidige bestaan geschonken. Maar inmiddels bestrijden we de inheemse planten alsof het misdadige indringers zijn, terwijl zij, met ons en andere creaturen, die héle revolutionaire evolutie hebben meegemaakt. Onkruid, noemen we ze. We planten alleen nog cultivars die fraai ogen, maar geen enkele bestuiver dienen, zoals de doorgekweekte hortensia.

Dus ik pleit voor een cultuurverandering in onze eigen tuin en onze gehele levende omgeving, tot aan de akkers en de bossen toe. Red de échte bloemen, de bijen en red jezelf! Geef bloemen weer de ruimte!

Kijk als een kunstenaar en red de bijen en de mensheid

Volgens mij ligt de oplossing erin om vanaf nu naar bloemen te kijken als een kunstenaar. Durf die paardenbloem in het gazon eens te bewonderen. Die felgele oerkracht is geen ‘foutje’ in je strakke grasmat, het is een vitale levensbron voor vroege hommels in het voorjaar en bovendien: onze eigen wilde zonnebloem! En zuig die kleur geel op, daar word je creatief van!

In deze tentoonstelling zie je werken van hedendaagse kunstenaars die ook weer de bloem als onderwerp hebben. Ze geven de natuur een podium om haar te eren.

Ga in hun werk – of in andere kunstwerken op andere plekken – eens je persoonlijke dopamine-trigger zoeken. Welk schilderij verbetert je humeur? Waar voel je fysieke rust, of juist sprankelende energie? En als je dat kunstwerk hebt gevonden: ga er dan eens twee minuten voor staan. Geef je brein de tijd om je rich club hubs te activeren.

En zaai en plant bloemen, waar het maar kan! Maak van onze leefomgeving weer een bloeiende bruisende boel, en we ervaren met z’n allen voortdurend geluk, minder angst en gevoel van verbinding: allemaal heel belangrijk in deze tijd!

Linksboven: Distel van Antine Scherff.
Rechtsboven: een van de glazen bloemen van Anjo Brohm, daarnaast een macrofoto van een paardenbloem van Aleks Droog.
Linksonder: papieren bloemen naar het boeket in de witte vaas van Jan Heesters door Anouk Böhmer. Rechtsonder: superkleurrijk bloemenboeket van Jan Heesters.
In het midden: detail van een fleurig kunstwerk van Arjan van Arendonk.
Linksboven: stampers door keramist Sjors Driessen.
Rechtsboven: foto van Aleks Droog en keramiek van Marcel Eekhout.

Meer informatie over de expositie ‘De pracht van bloemen’ vind je op de site van het Jan Heestershuis.

Geef een reactie