Deze website houdt statistieken van uw bezoek bij. Wij gebruiken hiervoor Google Analytics, maar zonder persoonlijke gegevens door te geven. Geef hier uw keuze aan:
Toestaan Eén keer toestaan Blokkeren

Composteren kun je leren

Composteren

AVONTUURLIJK TUINIEREN * Een composthoop is simpelweg handig, omdat je anders groen blíjft afvoeren, terwijl dat juist kostbaar organisch materiaal is. Dus begon ik met composteren. Dat leverde verrassende inzichten op. Lees over: missers, learnings, bruin goud, bokashi en blakende planten. En: wat is nou het verschil met potgrond?

Bruin goud, zo wordt compost liefkozend genoemd door tuiniers. Je kunt ook zeggen: gratis biologische voeding voor je tuin. Door de natuurlijke kringloop ontstaat het vanzelf. Afval is voedsel voor vele tuindieren en – organismen, die het omzetten in voedzame humus.

Voeg die humus in het late najaar en vroege voorjaar op alle lege plekken en onder struiken toe en je bodem verbetert met het jaar. Planten gaan het beter doen en zijn ook gezonder, en dus gewapend tegen plagen. Ze blaken van gezondheid. Zeker als je ook nog mulcht (snoeisel en herfstblad op de kale bodem verspreiden).

Composteren is geen hogere wiskunde. De boeren in onze omgeving doen het al eeuwen met de mestbult: alles wat er aan groenafval is, maar ook de paardenmest, gaat op die hoop. Wij hebben geen paardenmest maar wel: bladeren van 18 eiken, 4 essen en 2 kastanjes, vele planten, snoeiafval van honderden meters beukenhaag en andere heesters. Gras. En keukenafval.

Waar moet die hoop?

Het handigst is de composthoop op een plek te maken waar je makkelijk heenloopt vanuit de hele tuin. Daarom hebben wij er inmiddels 3 op strategische plekken. Op twee plaatsen, in een hoek van het gazon, hebben we 4 palen in de grond geslagen en daar kippengaas omheen gewikkeld. Op een derde plek staat een kunststof bak.

Onze eerste composthoop is bij de pluk- en proeftuin, zoals ik mijn enigszins wanordelijke moestuin noem, omdat ik er van alles uitprobeer.

Niets verspillen

Op die eerste composthoop gooien we van alles aan groen- en fruitafval. Ook: koffiedik en vermorzelde eierschalen. Verder hebben wij een oude stoofperenboom en de hoeveelheid peren die daarvan af valt (je kunt ze vanwege de hoogte niet plukken) is echt te veel, dus daarvan gaan de meest aangetaste exemplaren op de composthoop. Hier en daar laten we wat liggen voor vogels, vlinders en wespen. De rest gaat in de pan.

Niet op de composthoop:

  • vetten
  • gekookte etenswaren
  • vlees(waren) of vis, botten en graten
  • delen van (niet-biologische) bananen of citrusvruchten
  • zieke planten
  • wortelonkruiden en onkruidzaden
  • brood
  • kattenbakkorrels
  • nietjes van theezakjes

Ook rekening mee houden:

Sjouw niet te driftig alles richting composthoop. Laat wat bladeren en takjes in hoekjes liggen voor egels en ander tuingespuis dat daarin graag wil overwinteren. Lees ook dit artikel over natuurvriendelijk tuinieren.

Het verloop van de hoop

Binnen no time: zitten er talloze slakken, wormen, pissenbedden, en daarom ook vogels op de hoop.

Na verloop van tijd: zie je de berg slinken. Wat je er ook opgooit, de stapel klinkt voortdurend in. Doordat het groenmateriaal inzakt, maar ook omdat het wordt gecomposteerd door al die beestjes die erin woelen en vreten en poepen. Verder raakte onze hoop omwoekerd door hondsdraf, maar dat heb ik zo gelaten: een mooie natuurlijke begroeiing. Je kunt er ook een wilgetenenmat tegenaan bevestigen.

Oeps: na een half jaar dacht mijn man dat het een goed idee was om de inhoud van de composthoop te gebruiken als ‘mulch’. Een tijdje later trof ik ineens sla, radijs, aardappels, tomatenplanten en rudbeckia’s (bloemen) in onze pas aangeplante vogelbosjes. Learning: heb geduld. Het is beter een composthoop minimaal een jaar te laten rusten tot het echt bruin goud is: donkere aarde.

Keren of niet keren? Dat is de vraag. De ene lezing is: laat rusten en doe niks. De andere lezing is: schep af en toe om. Dat versnelt het proces, want je brengt nieuwe lucht toe en het buitenste spul komt binnenin de broeiende hoop en andersom. De ene tuinier doet dat elk half jaar, de ander eens per jaar. Sommige tuiniers hebben daarvoor meerdere bakken naast elkaar staan, om makkelijk over te kunnen scheppen.

Ik kies uit pure gemakszucht voor het eerste. Belangrijk is dan wel: afwisselende lagen aanbrengen, maar dat gebeurt in de praktijk toch: de ene keer zijn we aan het snoeien, de andere keer aan het maaien, dan weer aan het bladeren harken, of is het dus geblutste-peren-tijd.

Als oplossing voor het mulchen hebben we nu een tweede composthoop, die als ‘mulchhoop’ dient: daarop gaat alles wat géén zaad draagt, en dat mag volgend voorjaar al halfverteerd de borders in om daar verder te composteren. Mulch is goed om kale bodem te beschermen tegen uitdroging en vocht vast te houden, zowel in gure winters als hete zomers.

Bruin goud maken

Bruin goud is voer voor slakken. Gooi niet te veel van hetzelfde in 1 keer op de hoop (werk in laagjes) en knip grove stukken klein.

Tips voor beter composteren:

  • Snijd of knip het materiaal in kleinere stukjes, dan gaat het composteren het sneller.
  • Heb je ineens erg veel afval van hetzelfde? Bewaar het tijdelijk in een andere bak, zodat je het na een andere laag kunt toevoegen.
  • Het uiteindelijke bruine goud kun je zeven, en vervolgens bewaren in een voor regen afgeschermde bak met luchtgaten. Daarin kan het composteringsproces doorgaan. Grovere delen die niet zijn gecomposteerd, zoals takken, kun je verknippen tot mulch.

Wat sommige mensen nog extra doen:

  • Een doek, tapijt of groot stuk karton erover om het proces te versnellen (broeikaseffect versnellen).
  • Paardenmest toevoegen.
  • Kranten leggen tussen de verschillende lagen.
  • Vocht toevoegen als het erg droog is.
  • Eikenbladeren en snoeisel van hulst, magnolia of rododendron op een aparte hoop leggen: het composteert trager (ik gooi het gewoon op mijn centrale hoop, maar meng het met ander spul).
  • Takjes en snoeihout eerst verhakselen.

Wormen toevoegen?

In compost komen vanzelf (regen)wormen/pieren – en andere tuin- en groenafval verterende bodemdieren – als je de bodem in open contact laat met aarde of gras. Zo kunnen wormen ook weer altijd terug de grond in, zodra ze dat verkiezen.

Je kunt speciale compostwormen toevoegen, daarvoor gelden bepaalde levensomstandigheden/voorwaarden, bekend bij de leveranciers (online te bestellen). Ik heb zelf nooit dit soort wormen toegevoegd en toch prima compost/humus na circa een jaar.

Ik vroeg op Instagram om tips, en kreeg er een aantal, die elkaar ook wat tegenspreken 😉 Zo zie je: ieder heeft z’n eigen methode. Welke tips heb jij?

Voor het gemak: kant-en-klare silo

Met een kliksysteem zet je de compostsilo van Nature in elkaar. Er zitten voldoende ventilatiegaten in en beneden zit een klepje om compost uit te scheppen.

Bovenstaande compostsilo kreeg ik cadeau van tuinmerk Nature. Ik heb ‘m gezet bij ons logeerhuisje achter op het erf. We gooien er voornamelijk bladeren, snoeiafval, afgewaaide twijgjes en wat rot fruit in. Hij staat op een schaduwrijke plaats onder een boom. Aangeraden wordt de bodem met houtsnippers te bedekken voor de beluchting en ‘m te plaatsen op een ondergrond waar regenwormen van onderuit naar boven kunnen kruipen. Na enkele maanden kun je de compost oogsten. De compostsilo heeft een deksel aan de bovenzijde en een klep aan de zijkant om compost om te woelen of eruit te scheppen. Deze silo is leverbaar in verschilllende groottes/hoogtes, tussen de 300 tot 1200 liter, te koop vanaf €59,95 in tuincentra. Een handige kant-en-klare oplossing voor als je bijvoorbeeld geen palen kunt/wilt slaan.

Voor het experiment en voor wie geen (grote) tuin heeft: bokashi

Bokashi maken is de nieuwste trend op composteergebied. Het kan al in je keuken, op je balkon, in kleine hoeveelheiden. Bokashi is een fermentatieproces, dat gebruik maakt van de micro-organismen EM.

Linksboven: de starter. Rechtsboven en linksonder: de emmer met keukenafval gaat een beetje naar sinaasappel geuren. Rechtsonder: het vocht dat van de bokashi komt kun je bewaren en aangelengd (1:100) bij planten binnen of buiten gebruiken als een soort ‘natuurlijke pokon’.

Twee emmertjes halen

Van collega Nienke kreeg ik twee oude frietsausemmers en bokashi-starter. Die starter bestaat uit tarwezemelen die zijn gedrenkt in micro-organismen, dat wat zurig ruikt.

De ene emmer heeft een flink aantal gaatjes (paar millimeter) in de bodem, en die hangt in de tweede emmer om het vocht op te vangen.

In dit emmersysteem doe je een laagje kleingesneden keukenafval. Dat mag van alles zijn, tot aan gekookt eten toe (anders dus dan bij compost), maar geen botten. Vervolgens strooi je daar wat van die zemelen op. Zo bouw je het laag voor laag op. Eventueel stampj je het af en toe wat aan met de achterkant van een jampot. Je dekt de emmer steeds (losjes) af met een deksel met gaatjes erin, en daarop weer een gewone deksel en zet ‘m op een plastic schaal tegen lekkage.

Het is nog bijzonder hoe lang je erover doet om die bak vol te krijgen, wij deden er enkele weken over. Als-ie vol is laat je de bak nog 2 weken staan.

De bokashi fermenteert de inhoud. Dat ruik je: het gaat zuurzoet geuren. De inhoud blijft lijken op z’n oorspronkelijke staat en wordt dus géén compost. Dat spul graaf je diep in bij je groente of bij planten of bomen die wat in moeilijkheden verkeren en wel een extra vitamineboost kunnen gebruiken. Je kunt ‘m ook ingraven in de composthoop of in bloempotten en -bakken stoppen.

Emmer-alternatief

Geen zin in zo’n frituursausemmer in de keuken? Er zijn ook speciale bokashi-sets op de markt die er leuker uitzien, of je zet ‘m in een mand of zo’n nostalgische emaille emmer:

Mooie klassieke emmer voor je bokashi of compostspul.

Wat nou als je geen tuin hebt, of geen ruimte voor een composthoop?

Compost kun je vaak ook halen bij je gemeente. TIP: vraag naar de samenstelling, die zou beschikbaar moeten zijn, zodat je weet wat je strooit.

Wat is het verschil tussen compost en potgrond? En wat is goede potgrond?

Potgrond is een wat luchtigere variant op compost met extra groeivoedingsstoffen voor: (de naam zegt het al) pótplanten, het spul doet voor je tuinbodem weinig extra’s. Goed om te weten: sommige potgrond is ecologisch onverantwoord én… niet vegan.

Kijk goed naar de inhoud van potgrond uit de bouwmarkt en tuincentrum: wat zit daar eigenlijk in?

  1. Zorg dat je veenvrije potgrond aanschaft, dus zonder (tuin)turf. Dat veen wordt gegraven uit natuurgebieden in andere landen en dan werk je dus indirect mee aan het vernielen van ecologie…
  2. Ben je vegan of vegetariër? Kies dan ook vega potgrond, dus zonder bloedmeel, verenmeel of beendermeel, die doorgaans uit de bioindustrie komt.

Draag je de natuur een warm hart toe, kies dan een potgrond op biologische basis met bestanddelen als organische mestcompost, boomschorscompost, kokosvezel, plantaardige voedingskorrels van bijvoorbeeld zeewier, vulkanisch gesteentemeel (hierin zitten spoorelementen en mineralen) en veenmos.

Meer lezen over compost

Geef een reactie