In 11 stappen een kleine vijver vol leven

kleine vijver

VAN TEGELTUIN NAAR JUNGLE * En wat heeft een jungle zeker ook nodig? Water! Dat dacht ik eerst op te lossen met een teil, maar die deed niet ’the trick’. Toen kwam de Tuiny Poel van IVN Natuureducatie op mijn pad. Een zelfaanleg-pakket voor een kleine vijver met planten en makkelijke instructie.

In een jungletuin, daar wil ik ook kikkers horen kwaken, padden of watersalamanders zien wegspringen en libellen en waterjuffers horen ritselen in het riet, of bijen en vogels zien drinken. IVN Natuureducatie zegt: “Poelen en andere moerassige gebieden staan onder druk. Terwijl veel dieren, zoals amfibieën, vogels en insecten, deze gebieden hard nodig hebben.” Daarom bedachten ze de Tuiny Poel, een handzaam vijvertje dat je zelf kunt aanleggen in praktisch elke tuin.

Met zo’n tuinpoel van twee vierkante meter geef je dieren en inheemse planten een leefgebied. Zelfs een kleine vijver is waardevol voor veel dieren en planten, aldus de natuurorganisatie. “Met zo’n poel is er altijd iets te beleven.”

De Tuiny Poel is een samenwerking van IVN Natuureducatie met en RAVON (kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen) en met Cruydt-Hoeck (wildeplantenkwekerij De Heliant) als leverancier van de inheemse water- en oeverplanten.

Mijn Tuiny Poel

Ik ontving aanleginstructies en materialen om de poel stap-voor-stap binnen een dag aan te leggen en ging ermee aan de slag. Al doende bleek het op zich eenvoudig, maar kwam ik toch wat issues tegen. Bij de stukjes ‘LET OP‘ kun je lezen welke fout ik beging, die jij kunt voorkomen. Bij de TIPs lees je nog extra info die ik zelf toevoegde.

LET OP: In twee krantenproppen bleken ook twee planten verpakt: ik dacht dat die natte krant in het plastic zakje erbij zat om een derde waterplant vochtig te houden (ai). Die hebben het dus helaas niet overleefd.

Een vijver kun je het hele jaar door aanleggen, behalve als het vriest. Je kunt de Tuiny Pool tussen 15 april en 31 oktober bestellen (zie link onderaan). Ik raad je toch aan de vijver vooral in een warmere periode aan te leggen, omdat je flink met water bezig bent. Uiteindelijk stond ik er regelmatig met blote voeten en korte broek tot over mijn knieën in, omdat ik anders gewoonweg niet meer bij bepaalde randen kon komen. Gelukkig was het 30 graden 😉

Ik bedacht me toen dat het heel fijn is dat ik voortaan zou kunnen pootjebaden in de vijver. Maar misschien stoor ik dan juist het dierenleven dat ik wil aantrekken te veel. Dus voor koele voeten, gebruik ik mijn eerdere vijverteiltje.

Materialen nodig voor de aanleg

  • Vijverfolie (en eventueel een beschermvlies)
  • Planten
  • Spade
  • Kruiwagen of emmers/teilen/lege potgrondzakken/tassen om de vrijgekomen tuinaarde te vervoeren
  • Schaar
  • Tuinslang
  • Emmer entwater (zie stap 7)
  • Een paar vijvermandjes of oude plastic plantbakken (voor diepe planten) en kiezels/stenen om te verzwaren
  • Schoon zand (standaard bouwzand, of zand dat onder stoeptegels vandaan komt)
  • Naar keuze: kiezels, grind, stukken leisteen, struik/boomstronken, en/of andere randafwerking zoals graszoden.

Stappenplan kleine vijver

1. Bestel planten

Kies voor inheemse planten die in ons eigen land rond sloten en natuurwater voorkomen. Ze bieden dekking voor amfibieën, voor andere dieren die uit de vijver in -en uitkomen of dieren die willen drinken. Ook bloeien ze, wat nectar en stuifmeel biedt aan talloze bestuivende insecten, die weer voedsel zijn voor vogels en amfibieën. Zo is de voedselketen rond.

Meer over inheemse waterplanten, inclusief zoekkaarten en soortinformatie vind je op de site van FLORON.

Natte oever/moeraszone

Deze planten kreeg ik in het Tuiny Poel-pakket opgestuurd:

  • Wilde bertram (Achillea ptarmica)
  • Kalmoes (Acorus calamus)
  • Gewone dotterbloem (Caltha palustris)
  • Moeraswalstro (Galium palustre)
  • Lidsteng (Hippuris vulgaris)
  • Pinksterbloem (Cardamine pratensis)
  • Penningkruid (Lysimachia nummularia)
  • Watermunt (Mentha aquatica)
  • Echte koekoeksbloem (Silene flos-cuculi)
  • Kleine lisdodde (Typha angustifolia)
  • Beekpunge (Veronica beccabunga)

Je zou ook nog kunnen denken aan deze oeverplanten:

  • Valeriaan (Valeriana officinalis)
  • Moerasspirea (Filipendula ulmaria)
  • Adderwortel (Persicaria bistorta)
  • Grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica)
  • Zwanebloem (Butomus umbellatus)
  • Gele lis (Iris pseudacorus)
  • Kattenstaart (Lythrum salicaria)
  • Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata)
  • Moeras-vergeet-me-nietje (Myosotis scorpioides subsp)
  • Moeraswolfsmelk (Euphorbia palustris)
  • Wateraardbei (Potentilla palustris)
  • Grote boterbloem (Ranunculus lingua)
  • Pijlkruid (Sagittaria sagittifolia)

TIP: Voor bepaalde waterplanten kun je eventueel vijvermandjes met zand en grind gebruiken, dat is handig bij onderhoud, omdat je ze dan makkelijker kunt verschuiven. Ik knipte zelf de bovenste rand van een oude plastic kwekerijpot af en zette daar de waterplanten in, verzwaard met stenen.

Planten met drijvende bladeren (zet je niet in de bodem)

  • Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)
  • Watergentiaan (Nymphoides peltata)
  • Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans)
  • Fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis)
  • Krabbescheer (Stratiotes aloides)

‘Ondergedoken’ waterplanten

  • Sterrenkroos (Callitriche sp.)
  • Grof hoornblad (Ceratophyllum sp.)
  • Waterviolier (Hottonia palustris)
  • Aarvederkruid (Myriophyllum spicatum)
  • Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens)

WEETJE: Alleen voor grotere vijvers kun je de geweldige gele plomp (Nuphar lutea) en witte waterlelie (Nymphea alba) kiezen.

TIP: Wil je drijvende bloemen zoals waterlelies in je kleine vijver, leg dan af en toe wat dahlia’s in het water.
Vis die er wel uit als ze lelijk worden, omdat er anders te veel organisch materiaal in de vijver komt.

2. Kies de juiste plek

Een vijver of poel ligt bij voorkeur op een plek:

  • Waar ’s middags zon is, zodat het water voldoende opwarmt voor amfibieën, die dat nodig hebben.
  • Waar geen bomen direct omheen staan, zodat er geen bladafval in komt dat gaat rotten en het water zuurstofarm en te voedselrijk maakt.

3. Kies de juiste vorm

De poel is bij voorkeur 2 vierkante meter groot. De enige middagzonplek die ik nog beschikbaar had, is wat kleiner, maar ik heb daar een zo groot mogelijk gat weten uit te sparen van ruim anderhalve vierkante meter. Direct naast het wilde gazon, waardoor ik vanaf het bankje daar mooi over het water kan uitkijken.

Bij mogelijk overlopen van de vijver kan het water uit mijn vijver naar een verlaagd stuk vloeien, een mini-wadi. Daar ontstaat dan weer een ander biotoopje.

Ik koos een vorm die ik alleen met zeil kan maken, namelijk een boogvorm precies op maat voor deze plek. Er bestaan ook kunststof vijverbakken in ronde, vierkante en fantasievormen.

Meten voor je gaat graven:

  • Maximale vijverlengte + 2x diepte van de vijver + 60cm (randen)
  • Maximale vijverbreedte + 2x diepte van de vijver + 60cm (randen)

Voorbeeld voor een kleine vijver van circa 2 vierkante meter:

  • Lengte: 200 centimeter + (2 x 60 centimeter) + 60 centimeter = 380 centimeter
  • Breedte: 100 centimeter + (2 x 60 centimeter) + 60 centimeter = 280 centimeter

4. Graaf de vijver uit

Markeer de omtrek van de vijver. Ik deed dat met wat stenen en takjes.

Het is vervolgens de bedoeling een gat te graven met meerdere ‘etages’. Voor amfibieën is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat de vijver glooiende oevers heeft.

Ik groef eerst het diepste midden uit en schepte staand in die kuil de rest eromheen weg, in de beschrijving stond dat andersom beschreven, maar dit werkte prima. Ik plette met de achterkant van de spade de etages plat. Let goed op dat je de oevers wat breder en platter maakt. In mijn eerste poging had ik de kuilranden te steil gegraven, dus dat moest ik later weer rechtbreien, toen het zeil er dus al in lag en het water er al grotendeels in zat (dat was die instructie die ik over het hoofd had gezien).

Zorg ervoor dat de vijverrand iets hoger is dan de omliggende tuin, zodat tuinwater niet in de vijver loopt – dit zorgt namelijk al snel voor overbemesting. Liever loopt het water vanuit de vijver de tuin in.

LET OP: hoe dieper je komt, hoe groter de kans dat je bijvoorbeeld leidingen, resten van muurtjes of puin tegenkomt. Soms moet je daar omheen werken en je ontwerp aanpassen. Twijfel je waar leidingen liggen? Dan kan je ook een zogeheten ‘KLIC melding’ doen op de site van het Kadaster. Je krijgt dan – tegen geringe kosten – een overzicht van de leidingen onder je terrein.

De ‘etages’ in de kleine vijver.
Schets van IVN Natuureducatie.

Variatie in diepte is belangrijk. Een ondiepe oever (20 centimeter) warmt sneller op en wordt gebruikt voor de ei-afzet van amfibieën. Hier staan ook de meeste planten. Het diepste deel (60-80 centimeter) is nodig om amfibieën te laten overwinteren zonder te bevriezen. Een paar soorten, zoals de bruine en de groene kikker, overwinteren namelijk wel eens in het water in plaats van op het land. Ook amfibielarven overwinteren in de vijver. Zij zijn aan het einde van de zomer nog te klein voor de metamorfose en komen
dan pas volgend jaar het land op.

5. Hergebruik de vrijgekomen tuinaarde

Het zand uit de kuil kun je gebruiken voor het ophogen van een border, tegen een stapelmuurtje scheppen, of in een stapelheuvel verwerken. Ook kun je het zeven (mogelijke scherpe stukjes eruit) en gebruiken als verzwaring voor het vijverzeil.

TIP: houd tijdens de vijveraanleg nog een paar emmers tuinaarde apart: dat kun je nodig hebben voor het later nog wat bijstellen/oplappen van de vijver, zie punt 4 en 6.

TIP: Als je je vijver uitgraaft in een voormalig gazon of weide, dan zou je de plaggen later voor het afwerken van de vijverrand kunnen gebruiken, zie punt 8.

kleine vijver aanleggen
Kleine vijver aanleggen: graven, zeil erin, water erin, bijknippen.

6. Bestel vijverfolie (of bak)

Nadat het gat gegraven is leg je een touw in de lengte van de poel. Meet de lengte en tel er 60 centimeter bij op voor de randen (= 2 x 30 centimeter). Doe hetzelfde bij de breedte. Zo kun je de folie goed uitmeten en weet je welk formaat je nodig hebt.

De vijverfolie die ik kreeg via de webshop van IVN Natuureducatie is van een zo duurzaam mogelijke PVC-folie. Je kunt ook kiezen voor de meest duurzame optie, een EPDM-folie, alleen is daarin momenteel klaarblijkelijk schaarste. Eigenlijk had ik mezelf gezworen zo weinig mogelijk plastic in de tuin te willen. Een alternatief zou zijn de wand helemaal met leem of klei afwerken, maar dat is een aanpak waarvoor je echt moet weten wat je doet en die ook niet jarenlang goed blijft en kan barsten en lekken. IVN Natuureducatie koos daarom dus voor een folie met een beperkte milieubelasting.

Je kunt ook nog een vijvervlies (soort verhuisdekenmateriaal) onder het folie aanbrengen tegen boomwortels en scherpe stenen.

7. Indien je folie hebt gekozen: plaats het in de kuil

Leg de vrij stugge dubbellaags vijverfolie in de kuil.

Druk de folie zo goed mogelijk tegen bodem. Loop daarbij zo min mogelijk over de folie en trek in ieder geval je schoenen uit. Wanneer de vijver straks gevuld wordt, worden wanden en bodem door de druk nog iets verder aangeduwd, dus leg het folie niet te strak. De plooien lijken nog erg opzichtig, maar deze worden straks grotendeels platgedrukt door het water.

Het foliedoek moet dus nog 30 centimeter rondom uitstrekken over de oever.

LET OP: Ik kwam er ‘on the spot’ achter dat een van de vijverhoeken een stuk lager lag dan ik had vermoed en daar dus water als eerste overstroomde, terwijl de waterspiegel nog niet reikte tot de oever aan de andere kant. Ik heb dat opgelost door later op die plek nog wat tuinaarde onder het zeil te proppen en er wat planten weg te halen en verzetten. Dit euvel had ik met een waterpas kunnen voorkomen.

Druk het folie goed aan (bij mij bolde het op).

Knip het ruim op maat (je kunt altijd later nog bijknippen).

LET OP: De overige twee stukken vijverzeil heb ik ook in de vijver gelegd, op aanraden van de beschrijving, omdat dat de vijver extra verstevigt, maar dat is nu her en der gaan opbollen en drijft los in de hoeken. Ik zou dit de volgende keer niet weer zo doen, maar nu kan ik het er niet meer uithalen helaas. Ik heb dat nu opgelost met hier en daar een kei en grind.

Volgens de instructie blijf je de eerste maanden de rand zien. “Heb geduld en laat de vegetatie groeien, dan verdwijnt de rand uiteindelijk vanzelf uit het zicht.” Ik verstevigde en camoufleerde de rand met keien en stenen die ik gratis van Marktplaats haalde. Je kunt ook vrijgekomen graszoden over de rand terugleggen en/of het snelgroeiende plantje kruipend zenegroen planten.

Het beste kun je de bodem nog vullen met een laag gewoon schoon zand, speciale vijvergrond is te voedselrijk.

De kleine vijver is een feit!
Rechtsonder zie je een stekje watermunt dat ik tussen twee keien heb gezet. Dat gaat vast aanslaan, want munt kan als een gek groeien. Ook heb ik nog wat stekjes van kruipend zenegroen van een andere plek in de tuin gehaald: dat gaat goed aan de ‘woeker’ langs en over de kiezels, zodat de rand wat aantrekkelijker groen oogt.

7. Vul de poel met water

De poel vul je met de tuinslang. Daarna giet je er een emmer water uit een nabije sloot, vijver of ander natuurwater in: je ‘ent’ dan je vijver met lokale natuurlijke organismen.

WEETJE: zorg dat je entwater vrij is van vissen of rivierkreeften, maar wel handig zijn watervlooien, want die filteren zweefalgen uit het water. Watervlooien vind je op zonnige plekken dichtbij oevers.

Ik haalde een emmer uit een nabijgelegen ven en een stroompje. Ik zag er niet veel leven in met het blote oog.

8. Werk de rand af

De zwarte plastic rand van de vijver die ongeveer 30 centimeter rondom uitstrekt over de bodem rond de vijver, is niet mooi. Die kun je afwerken/wegwerken met keien, grind, zand, grasplaggen en boomstronken.

TIP: Ik haalde via Marktplaats in mijn omgeving her en der gratis keien op die ik om de vijver groepeerde. Voordeel van keien is dat je er op de ondiepe stukken ook omsloten plantplekken mee kunt maken. Daarin zette ik bijvoorbeeld de watermunt. Nog een voordeel van al gebruikte kiezels: op sommige ervan zit al mooi mos. Ook grind kun je via Marktplaats of een weggeefgroep vaak krijgen. Ik had zelf een restje liggen nog.

Finishing touch: grindstrandjes.

9. Zet de planten erin

Zet de planten op de plekken (zie de beschrijving die je er van de kweker bij krijgt) en/of daar waar ze passen.

10. Maak waterdierenhoekjes

Goed dat je een vijver hebt, maar voor de amfibieën is het verder belangrijk dat er in je tuin ook nog andere plekken zijn waar ze kunnen overwinteren. Die maak je met een hoopje snoeihout of een losse boomstronk. Ook de stenen rond de vijver en stapelmuurtjes zijn ideaal.

Kijk verder of je tuin bereikbaar is voor die dieren: zorg dat kikkers en padden een gaatje vinden om doorheen te piepen. Ik heb in mijn schutting en onder de poortdeur voldoende ruimte. Bij voorkeur zet je geen houten schutting neer, maar een groene haag.

11. Breng het leven in kaart

Geef de poel een paar weken de tijd om in evenwicht te komen en de planten gelegenheid om te groeien. Het kan zijn dat er eerst wat gekke groene algengroei plaatsvindt, laat dat proces even gaan.

Zet een stoel bij de oever en speur regelmatig of je al nieuwe diersoorten treft, met de Zoekkaart amfibieën en de Herkenningskaarten ‘eieren van amfibieën‘ en ‘amfibieënlarven‘ van RAVON. Deze krijg je allemaal meegeleverd met de Tuiny Pool, maar kun je ook digitaal checken via deze link. Ook kun je kokerjuffers, kevers, libellen, juffers, waterpissebedden, waterslakken, bloedzuigers en watervlooien treffen. Vis ze met een zeef of jampot uit het water, doe ze in een platte (witte) bak en determineer ze via de app Obsidentify – en zet ze daarna weer terug. Ook ga je als het goed is meer vogels zien.

TIP: Maak een fijnmazig vijvernetje met een ijzerdraadring en een pantykousje.

Geef je waarnemingen door. Deze gegevens worden centraal opgeslagen en geanalyseerd en gebruikt om te weten of er een bepaalde vooruitgang of achteruitgang is in bepaalde soorten. Met die cijfers worden ook overheden en terreinbeherende organisaties geadviseerd.

Op de kaart van RAVON zie ik dat in mijn regio – hogere zandgronden – vooral de poelkikker is te verwachten.

Oja: vissen

Die horen er niet in, want die vreten eitjes en larven van de amfibieën en libellen en andere insecten, zodat al die dieren zich niet kunnen voortplanten. Bovendien moeten vissen gevoerd worden, waarna
ze poepen. Dit brengt de vijver uit evenwicht en vergroot de kans op algenbloei te veel.

Oja: onderhoud

Doordat de poel zelf zijn biologische evenwicht vindt, hoef je er relatief weinig aan te doen.

  • Check in het najaar (voordat de watertemperatuur onder de 10 graden duikt, dus voor medio oktober) hoeveel donker slib en bladeren er op de bodem ligt. Is dat een laag van meer dan 10 centimeter, verwijder het dan met een netje. Daarmee voorkom je sterfte van kikkers in hun winterslaap.
  • Verwijder af en toe het (mogelijk) teveel aan waterbegroeiing, draadalgen, kroos en bladeren, zodat er voldoende zonlicht op het water kan blijven schijnen. Laat die planten eerst een paar dagen bij de oever liggen, dan kunnen mogelijk aanwezige beestjes nog een heenkomen vinden. Daarna kan het spul op de composthoop of als mulch in de border. Ook bij een groeispurt in het voorjaar kun je wat planten weghalen. Verwijder niet meer dan 25% van de planten.
  • Vul water bij in droge periodes.

Raakt de vijver voor langere tijd helemaal dichtgevroren, voorkom dan zuurstoftekort voor de overwinteraars door een steelpannetje met kokend water op het ijs te zetten (een paar keer bijvullen) zodat dat het er langzaam doorheen zakt. Eigenlijk zou je dan het bovenste laagje water onder de ijslaag moeten wegscheppen, maar wellicht volstaat het maken van een aantal gaten ook.

Zo bestel je een Tuiny Poel

Bestel de Tuiny Poel en vijverzeil in de IVN Winkel. Er is een beperkt aantal Tuiny Poels beschikbaar, dus wacht niet te lang met bestellen.

Deze blog en dit tuinproject kwam mede tot stand i.s.m. IVN Natuureducatie. Ik werk alleen samen met merken en producten die passen bij mijn missie: duurzaam en milieuverantwoord. Deze blog betreft een zakelijke samenwerking waarbij ik als voorwaarde stel dat ik mag schrijven wat ik wil en vind.

Meer over mijn project ‘Van tegeltuin naar jungle’

Geef een antwoord

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

Deze website houdt statistieken van uw bezoek bij. Wij gebruiken hiervoor Google Analytics, maar zonder persoonlijke gegevens door te geven. Geef hier uw keuze aan.