AVONTUURLIJKE TUIN * Regen is een welkome gast in je tuin, met een wadi vang je het natuurlijk op. Waarom zou je een wadi willen? Ik leg in deze longread de achtergrond uit en geef een praktische handleiding voor het zelf aanleggen.
Wadi is een woord dat herinnert aan Arabische rivierdalen: droge woestijngronden die bij de eerste druppels veranderen in waterrijke geulen. In je eigen tuin creëert de wadi diezelfde magie. Het water maakt de bodem veerkrachtig en zorgt voor een levendige tuin. En gewoon op z’n Hollands staat wadi voor Water Afvoer Door Infiltratie: een plek waar het regenwater kan wegzakken in de grond: lekker praktisch!
Achtergrond: water niet meer in het riool wegsluizen
Water is een steeds kostbaardere grondstof
Eerst even een stukje theorie: water is een kostbare grondstof aan het worden. De temperatuur stijgt alsmaar meer en de zomers worden droger. Als je het vergelijkt met de temperaturen van 1970 is dat schrikbarend. Afgelopen weken heeft het nauwelijks tot niet geregend. Dit soort drogere en warmere periodes zijn funest voor de tuinbodem. Die wordt kurkdroog en warm en zuigt minder goed water op: de sponswerking neemt af. Kijk maar eens wat er gebeurt als je water op een ingedroogde harde spons giet: daar rollen druppels zo van af.
Gemiddeld valt er wel evenveel regen als dertig jaar geleden, alleen in andere hoeveelheden: een enorme sloot in een heel korte tijd. Het regenwater kan dan niet in die droge bodem zakken, wat de groei van het leven in en op die bodem belemmert.
Het is daarom belangrijk om zo veel mogelijk steen uit je tuin en leefomgeving te halen om op die plekken zo veel mogelijk groen te planten, waardoor de bodem juist een vochtige spons blijft omdat er mals groen overheen hangt. Waar planten groeien, daar is het al gauw een stuk koeler en vochtiger. Daarnaast kun je het water dat in je omgeving valt optimaal benutten, door een wadi te maken!
Je zorgt daarmee dat kostbaar regenwater niet gelijk het riool instroomt, maar in het grondwater terechtkomt. Hoe meer huizenbezitters dat doen, hoe beter het grondwaterpeil wordt. Verder zorg je bij piekbuien voor minder overbelasting van het riool, zodat de straat niet overstroomt en er ook geen rioolinhoud in beken en rivieren terecht komt: dat is namelijk slecht voor alle vissen, watervogels en ander waterleven.
Als je serieus water in je tuin wilt opvangen, hoor je wel eens over infiltratiekratten of zelfs watertanks ingraven, bijvoorbeeld onder je terras of oprit. De tuinvakgroep Wilde Weelde adviseert: ‘Deze of andere technische oplossingen voegen voor planten en dieren niets toe. Ze dienen er alleen voor om het regenwater in de bodem te laten infiltreren en het riool niet te belasten. Gebruik deze oplossingen alleen als er niets anders kan.’ Er zijn natuurlijke oplossingen, en bovendien op veen- en kleigrond toepasbaar. Je maakt dan zelf een of meerdere infiltratieveldjes/wadi’s op lager liggende delen in de tuin. Daar zakt het water langzaam de grond in.

Linksboven het wadi’kanaal’ van de middelbare school Hageveld in Heemstede dat van een regenpijp loopt naar een wadipoel.
Rechtsboven: twee oplossingen op een basisschoolterrein in Schalkhaar: een direct afgekoppelde regenpijp die in een kom uitkomt, en de andere een gresbuis onder de grond die het water naar een wadi verderop van het schoolgebouw leidt.
Linksonder: een grindgoot in een kleine achtertuin die direct naar een border leidt.
Rechtsonder: een geul die van een afgekoppelde regenpijp door een voortuin naar een wadi loopt.
Hoe werkt een wadi?
- Opvang: Tijdens een flinke regenbui stroomt het water vanaf het dak (via de regenpijp) via een geul, een grindgoot of de bestrating naar de wadi.
- Berging: De wadi fungeert als een tijdelijke vijver of slootje. Bij zand zakt het gauw weg, bij kleigrond of op een al vochtige plek blijft het wat langer staan of is het een poosje drassiger.
- Infiltratie: De bodem van een wadi is vaak gevuld met doorlatend materiaal (zoals zand of grind) en beplant met vegetatie die zowel tegen droogte als tegen natte voeten kan. Het water zakt hierdoor langzaam weg in de grond, wat helpt om het grondwaterpeil aan te vullen.
Waarom een wadi?
- Voorkomt wateroverlast: Het riool raakt minder snel overbelast bij extreme hoosbuien.
- Tegen verdroging: In droge zomers heeft je tuin een buffer omdat het grondwater lokaal is aangevuld.
- Beleving: een gevarieerd, groen element in je tuin, met net weer een andere biotoop waar weer ander interessant tuinleven en planten op af komen.
Handleiding: zo maak je een wadi
1. Stel vast welke grondsoort je hebt
- Zand: water zakt over het algemeen rap weg, tenzij er een leemlaag in de bodem zit
- Veen: drassiger
- Klei: water zakt minder snel weg
2. Bepaal de plek(ken)
Idealiter ligt een wadi op de laagste plek. Heb je die niet echt, kijk dan waar het een wadi handigst/meest praktisch is, ten opzichte van je af te koppelen regenpijp (zie punt 4), en de ruimte die je hebt in je tuin, waar je wilt zitten, etc. Onderzoek ook: wat zijn de hoogtes in het terrein en wat zijn de ‘bronnen’: waar kan het water vandaan komen, en hoe kan z’n weg vinden naar de wadi?
3. Bepaal de vorm(en)
- Je kunt een waanzinnig grote wadi aanleggen als je een knots van een tuin hebt, maar ook een klein grindvlak, een greppeltje, een goot of een kuil. Of meerdere kleine wadi’s, eventueel met een verbindende geul.
- Bedenk een gootjessysteem naar de wadi van omgekeerde dakpannen, of een geultje bekleed met leem, of een goot die is uitgespaard uit de bestrating, eventueel gevuld met kiezels. Je kunt er bruggetjes overheen leggen met grote tuintegels.
- Je kunt meerdere tuingedeeltes bedekken met grind of perzikstenen, zoals een pad, oprit, parkeerplaats of terras. Zo’n 50 liter (grof of fijn) grind voldoet voor 1 vierkante meter afgekoppeld dakoppervlak.
- Ook een laag liggend stuk gazon of wild graslandje kan als wadi dienst doen.
- Denk eens juist na over de langste weg. De filosofie is om het water er zo lang mogelijk over laten doen om zijn eindbestemming te bereiken. Door water bovengronds te laten stromen, creëer je verschillende vochtige zones. Vanaf de regenpijp (de bron) tot aan de wadi ontstaat er steeds een nieuwe unieke biotoop. Onderweg krijgt veel meer bodemoppervlak de kans om zich vol te zuigen, waardoor je uiteindelijke wadi ook minder capaciteit nodig heeft.
- Laat water door een muurtje heen sijpelen, of door een gat. Of je graaft een grote pot, teil of speciekuip in onder de afgekoppelde regenpijp. Die overstroomt daarna vanzelf over en dan ontstaat er weer een ander stukje waterloop.
TIP Ga je echt los met een ‘route’ voor het water? Bepaal een eindpunt en kijk met een tuinslang hoe het water daar van nature z’n weg heen zoekt, waar het stil blijft staan, etc. Met die omstandigheden ga je werken.
TIP Wat doe je als het water echt te snel wegzakt? Dan smeer je de bodem af met leem. Waar je verder op moet letten is dat bij een sterke vegetatiegroei de geultjes gaan dichtgroeien op termijn. En vlak langs een deur wil je geen natte voeten of modderschoenen, dus daar leg je sierbestrating met een gootje aan.
TIP Houd er verder bij een afgraving rekening mee dat er misschien elektrakabels door je tuin lopen van bijvoorbeeld een bijgebouw of tuinverlichting.
4. Bereken de infiltratiegraad met de emmermethode
Met de ‘emmermethode’ kom je meer te weten over de infiltratiegraad van je tuin: loopt het water snel weg? Of blijft het staan? Graaf een gat van 30 x 30 x 30 centimeter. Vul dat tot de rand met water. Als het gat leeg is, vul je het nog een keer en klok je hoe lang het water erover doet om in de grond weg te zakken. Als het water binnen een halfuur verdwenen is, dan is de grond voldoende doorlatend. Duurt het langer dan vier uur? Schakel dan een hovenier in voor advies. Die heeft meetapparatuur die de hoogtes en laagtes in je tuin kan aangeven en hoe je het beste een wadi kunt realiseren zonder gedoe of waterschade. Schakel een hovenier uit je eigen regio in, want die heeft een goed beeld van de lokale bodemopbouw.
5. Bereken je waterhoeveelheid t.o.v. je dakoppervlak
Als je de regenpijp gaat afkoppelen voor je wadi, moet er genoeg ruimte zijn om dat water te laten wegvloeien. Meet het dakoppervlak op en reken uit hoeveel ruimte dat is.
Even een snelle globale rekensom: 1 millimeter neerslag levert 1 liter water per vierkante meter. In Nederland valt ongeveer 850 millimeter neerslag per jaar, dat is 850 liter per m2. As een dak 100 m2 groot is, zou dat dus jaarlijks 85.000 liter water afgeven
Rekensom bij 45 m2 dakoppervlak:
- Regenbui van 30 millimeter > 45 m2 x 0,03 = 1,35 m3 opvang in een geul, wadi of regenton
- Regenbui van 40 millimeter > 45 m2 x 0,04 = 1,80 m3 opvang in een geul, wadi of regenton
- Regenbui van 50 millimeter > 45 m2 x 0,05 = 2,25 m3 opvang in een geul, wadi of regenton
Met het oog op stevige hoosbuien die een grote hoeveelheid water ineens over onze daken uitstorten, kun je beter wat ruimer rekenen, of een tweede overloopmogelijkheid creëren om wateroverlast of ongewenste overstromingen te voorkomen.
Koppel (of eerder: zaag) je regenpijp af
‘Afkoppelen’ klinkt technischer dan het is. Het gaat simpelweg als volgt: je zaagt een stuk regenpijp af, zodat het regenwater niet meer het riool in loopt maar de tuin in. Hou je wel van een experiment? Zaag vlak voor een goede regendag gewoon eens de regenpijp onderaan door. Kijk wat er dan gebeurt, in plaats van er een halve studie op los te laten. En als het niet goed is gelukt, dan is het eenvoudig te repareren.

Op een andere plek vangt een regenton water op en het teveel stroomt een border in. Mocht er een gruwelijke stortbui komen, dan is een paar meter verderop een afvoerputje. Maar ik zit hier op zandgrond en water blijft nog geen seconde liggen tot nu toe.
Nog wat extra afkoppelweetjes
Het is van belang dat de pijp van de muur af steekt, want je wilt geen sijpelend vocht in de muur. Plaats er daarom dus een naar buiten uitstekend ‘uitloopstuk’ op. Daaronder komt een afkoppelsteen met een goot, of een wat scheefliggende tegel of dakpan om het water verder de tuin in te geleiden en verspreiden. De pijp in de grond (naar het riool) dek je af met een dop of steen.
Het is goed om te weten dat regenpijpen twee functies hebben. Ten eerste voeren ze regenwater af. Ten tweede zorgen ze voor beluchting. Als je de regenpijp bij een woning afkoppelt, loop je daarom de kans op rioollucht in of bij het huis. Daarvoor bestaan hulpstukken die de beluchtingsfunctie van de regenpijp behouden, zoals een zwanenhals in de wastafel. Zoek op het internet naar ‘afkoppelset regenwater’ of ‘stankafsluiter’.
Er bestaan voor regenpijpen allerlei hulp- en tussenstukken. Deze zijn bij de bouwmarkt, loodgieter of gespecialiseerde verkooppunten te krijgen. Denk aan een bladscheider of bladvanger voor in de regenpijp: dit is een halfopen onderdeel waarmee je bladeren opvangt, terwijl het regenwater erlangs roetsjt. Het blad kun je er dan uithalen en tussen je planten verspreiden. Ook bestaan er handmatig te bedienen regenwaterkleppen: hiermee loos je regenwater in het riool (bijvoorbeeld als het echt lang en stevig regent) of je zet ’m in de stand dat het water in een regenton of de tuin in loopt.
Subsidie
Steeds meer gemeentes en waterschappen bieden subsidies aan om inwoners te stimuleren met regenwaterinfiltratie aan de slag te gaan. Lees deze blog voor meer info daarover.
TIP van mij persoonlijk: check eerst goed de regeling. Bij de ene organisatie moet je na gedane zaken de subsidieaanvraag indienen, bij sommige organisaties juist ervoor. Ik greep zo mis bij mijn waterschap…
Enne… welke planten zet je in een wadi?
Voor een overzicht van planten die goed overleven in de wisselende biotoop van een een wadi: lees dit artikel.
