Deze website houdt statistieken van uw bezoek bij. Wij gebruiken hiervoor Google Analytics, maar zonder persoonlijke gegevens door te geven. Geef hier uw keuze aan:
Toestaan Eén keer toestaan Blokkeren

“Zo ga je om met wilde dieren in ons land”

wilde dieren - wilde zwijnen

GROENE LEEFOMGEVING * Oei, de wolf is in Nederland, wilde zwijnen wroeten bij wandelgebieden, vossen en reeën scharrelen in achtertuinen. Dat komt allemaal wel heel dichtbij en zo krijgt het begrip ‘tuinjungle’ een écht wilde invulling. Wat moeten we met al die beesten in onze directe leefomgeving? Ik interviewde onderzoeker Susan Boonman-Berson (PhD) en zij adviseert: “Zie wilde dieren als bondgenoten”. Ze geeft omgangstips en noemt aanbevelingen voor natuurbeheerders en beleidsmakers.

Wilde dieren. In ons land zijn dat bijvoorbeeld ook nachtvlinders, vleermuizen, konikpaarden en Schotse hooglanders. Die vinden we over het algemeen leuk en niet beangstigend. Maar nu waart er ook een wolf rond. En daar zijn mensen toch huiverig voor, op z’n zachtst gezegd. Hoe moet dat straks, als die wolf straks een roedel vormt en er meer komen?

Human wildlife expert Susan Boonman-Berson.
Portret door Odette Denijs Fotografie.

Conflicten met wilde dieren

Susan Boonman-Berson is human wildlife expert. Zij is spreker en onderzoeker op het gebied van conflicten tussen mensen en wilde dieren, en zoekt gezamenlijk naar oplossingen hiervoor.

“Ik ben als ecoloog afgestudeerd op het onderwerp natuurontwikkeling. Na wat jaren in de beleidswereld gewerkt te hebben heb ik me als sociaal wetenschapper gespecialiseerd in mens-dier conflicten. Ik combineer daarbij sociale wetenschappen met de wetenschappen ecologie (hoe planten en dieren in een omgeving functioneren) én ethologie (hoe dieren zich gedragen) en kijk vooral naar de wisselwerking tussen mens en dier. Mijn proefschrift gaat over hoe mensen kunnen samenleven met wilde dieren. Conflicten tussen mensen en wilde dieren nemen wereldwijd toe. Om ze te voorkomen, of niet te verergeren, moeten we iets veranderen in onze omgang met wilde dieren.”

Wisselwerking tussen mens en dier

Susan kiest voor de dynamische benadering. Ze kijkt naar de wisselwerking tussen mensen en wilde dieren, en het landschap waarin dat gebeurt. Ze heeft twee praktijkonderzoeken gedaan. Naar het beheer van zwarte beren in de Rocky Mountains en het beheer van wilde zwijnen op de Veluwe.

Haar visie is dat we wilde dieren meer als bondgenoot gaan zien. “Samenleven met wilde dieren is mogelijk”, zegt ze. “We moeten ze beschouwen als deelnemers binnen wildbeheerpraktijken.” Tot nu toe is (westers) wildbeheer er vooral op gericht dat dieren zich aan ‘regels’ moeten houden. Ze mogen zich ophouden in vastomlijnde en vooraf vastgestelde gebieden. Zodra ze die grenzen overschrijden worden de dieren ‘lastig’ genoemd. Over het algemeen moeten ze onder controle worden gehouden en strikt gescheiden blijven van mensen. “Maar, in het huidige tijdperk afname in beschikbare leefruimte, toename van het aantal conflicten tussen mens en dier én de algemene roep om te zoeken naar vormen van samenleven met wilde dieren, is deze benadering te beperkt en niet langer houdbaar. Een andere benadering is dus noodzakelijk”, aldus Susan.

5 tips om goed samen te leven met wilde dieren

Wilde dieren hebben een bepaalde leefwijze. Ze zijn ten eerste ‘wild’ en dus niet gewend aan mensen. Ook zijn ze heel basic: kom je te dichtbij of aan hun kinderen, dan verdedigen ze zich op hun eigen manier. Enne… dat doen wij mensen toch eigenlijk ook?

Zo kun je zelf het beste met wilde dieren omgaan:

  1. Hou afstand. Een selfie met een Schotse hooglander is gauw gemaakt. Maar ook dat is dus een wild dier, en die kunnen onverwacht reageren op het contact. Wilde dieren kunnen plots hun klauw, poot, vleugel uitslaan, of ineens scherp toehappen. Bewaar dus altijd afstand tot alle wilde dieren.
  2. Voer ze niet. Je maakt dieren zo afhankelijk én ogenschijnlijk gewend aan je. Zo leer je wilde zwijnen onbedoeld dat om 6 uur hun tafeltje is gedekt. En als ze dat door hebben, dan komen ze steeds dichterbij.
  3. Ruim slingerend afval op. Vossen en meeuwen (en ratten) komen daar steeds massaler op af en gaan voor overlast zorgen.
  4. Kom nooit tussen mama en kleintje. Dat geldt van wesp tot wolf. Hou dus ook je huisdier en kleine kinderen weg bij dieren die jonkies hebben.
  5. Zoek een alternatief voor het probleem. Van welk dier heb je last, waarom en hoe kun je dat op een diervriendelijke manier oplossen? Ga op onderzoek uit, of raadpleeg je lokale natuurorganisatie.

Susan: “En onthoud vooral: dieren zijn slimmer dan wij denken.”

4 aanbevelingen voor natuurbeheerders

In het groot, gelden bovenstaande tips ook voor natuurbeheerders. Susan adviseert hen te kiezen voor dynamischer beheer. “Samenleven met wilde dieren is mogelijk, als we ze zien als deelnemers binnen het wildbeheer.” Susan doet in haar proefschrift aanbevelingen over verschillende strategieën die toe te passen zijn door wildbeheerders.

Ik vat er een paar samen in 4 aanbevelingen.

1. Bekijk dieren per situatie en locatie

Een veelgemaakte fout in wildbeheer is: alle dieren van één soort worden over één kam gescheerd. “De ene marter is de andere niet, de ene bijt misschien een kabel door, de volgende doet dat niet. En ook is het zo dat maatregelen uit een natuurgebied in een buitenland, in Nederland helemaal niet hetzelfde hoeven te werken. Als wolven goed reageren op een maatregel in Duitsland, wil dat niet automatisch zeggen dat ze precies zo reageren in Nederland. Iedere situatie en ieder dier is weer anders. Ik pleit ervoor daar rekening mee te houden in het wildbeheer.” Meer op maat dus, naar de omstandigheden.

Susan noemt een voorbeeld van een begraafplaats die last had van poepende roeken. Dat probleem bleek simpelweg verholpen door de nesten te verplaatsen.

2. Laat de absolute controle los

In de Westerse samenleving kiezen we vaak voor snelle en technische oplossingen, we houden de natuur graag onder controle. Susan: “Dus zijn er te veel dieren, dan doden we ze. Maar er zijn per diersoort allerlei alternatieven. Vaak is de veelheid namelijk niet eens het probleem, maar vooral waar ze zijn en wat ze doen. En daar zijn allerlei alternatieven voor. Ze naar een andere plek leiden is er daar één van, maar ook ze proberen te slim af te zijn, zoals bij een beverdam een soort buis door de dam aan te leggen waardoor het water toch blijft stromen. En niet te vergeten accepteren dat er nu eenmaal wilde dieren om ons heen leven en ons eigen gedrag aanpassen.”

Sowieso een gevoelig onderwerp: het doden van wilde dieren. In de samenleving zijn zoveel tegenstrijdige discussies. Susan: “Mensen zijn tegen de jacht, maar óók tegen overlast. En ze willen geen beelden van slachthuizen zien, maar wel barbecueën.”

3. Creëer leefbare omstandigheden voor mens en dier

Susan: “Bij het indelen van een nieuwe woonwijk of het herinrichten van de stad, kun je in de plannen rekening houden met wilde dieren in de omgeving. Hoe zorg je met een slimme infrastructuur dat ze vanzelf buiten de bebouwde omgeving blijven, zodat de omgeving leefbaar blijft voor mens én dier? En hoe je mensen bewust houdt van de wilde dieren om zich heen.”

4. Geef voorlichting aan mensen

En precies vanwege het vorige punt, is het beheer van wilde dieren vaak juist ook ‘mensenbeheer’. Het voorlichten van mensen in de omgeving van de dieren is enorm belangrijk.

Susan: “Een mooi voorbeeld zijn steenmarters die kabels van auto’s kunnen doorbijten. Dan wordt zo’n diertje al gauw ‘die rotsteenmarter’ in de ogen van de bevolking. Terwijl je mensen ook kunt adviseren een beschermroostertje onder de motor te monteren. Dan is er niets meer aan de hand, en kunnen we gewoon met elkaar samenleven. Zo zijn er voor heel veel dieren eenvoudige alternatieven om ze op afstand te houden, bijvoorbeeld geluidsgolven of geurmiddelen of dus het verplaatsen van nesten of gebruiken van motor-roosters. Dat soort alternatieven kunnen natuurbeheerders, beleidsmakers en zelfs bewoners onderling aandragen en ook zelf toepassen. Zo wordt het beheer van wilde dieren veel meer het beheer van de wisselwerking tussen mens en wild dier.”

wilde dieren en hoe je ermee omgaat
Het proefschrift van Susan Boonman-Berson heet ‘Rethinking Wildlife Management: Living With Wild Animals’ en is via deze link op je smartphone door te bladeren: http://www.bearatwork.org/thesis/mobile/.
Susan geeft lezingen en workshops aan beroepsbeheerders en bewoners en gaat graag de ‘mens-dier-dialoog’ aan. Verder is ze medeoprichter van ENCOSH, een kennisplatform  die wereldwijd alternatieve oplossingen voor vriendelijk wildedierenbeheer verzamelt en deelt.

The ‘big six’ van Nederland

  1. edelhert
  2. wild zwijn
  3. ree
  4. vos
  5. das
  6. bever

De foto boven deze blog is gemaakt door Susan Boonman-Berson.

Meer interviews lezen?

Weet je een interviewkandidaat met bijzondere kennis over natuurbeleving in Nederland? Laat het me weten!

3 Replies to ““Zo ga je om met wilde dieren in ons land””

  1. Beste Anton, ik ben het met je eens dat elk verhaal twee kanten heeft. En dat is juist zo belangrijk om inzichtelijk te maken. Ook mensen kunnen we meer bewustwording bijbrengen wat dieren – wilde dieren zoals je het noemen wilt – om ons heen voor gevolgen hebben. We kunnen daar best bewuster mee omgaan, zoals dus afstand – leren – houden. Ook speelt hierbij soms de gedachte dat er elders op de wereld wel ‘echte natuur’ is, wat vaak een utopie is. Zoals bv het idee dat Yellowstone een echt voorbeeld van ‘wilde natuur’ is. Dat is spijtig genoeg niet waar, ook daar wordt ingegrepen. Bij teken geldt ook een stuk bewustwording; controleren, controleren, controleren en de symptomen herkennen bij artsen. En bij zonverbranding; bewustwording van insmeren en mogelijke schade die je zelf oploopt wanneer je dat niet doet. Inderdaad, bepaalde negatieve effecten moeten we mee leren omgaan. De dieren uitroeien bv is inderdaad geen optie. Een ingewikkelde zaak is en blijft het. Ook speelt in deze discussies rondom hoe om te gaan met de wilde dieren om ons heen de welbekende vraag ‘wat is natuur’ mee. Voor de een is dat de tuin, voor de ander ‘verwegistan’, om twee extremen te noemen. We zullen moeten leren meebewegen met wat er om ons heen gebeurd en juist de praktijkmensen hebben veel kennis die door hogere lagen regelmatig niet gehoord of begrepen wordt. Hartelijke groet, Susan

  2. Het gaat mij wel kriebelen als ik beren in de Rocky Moutains en wilde zwijnen in Nederland lees.
    Dichtbevolkt Nederland geeft weinig ruimte voor elk levend wezen. Corona, varkenspest, hondsdolheid horen ook bij omgang met wilde dieren in Nederland. Met “Nederland Vakantieland” wordt vergeten dat Borrelia burgdorferi (sl) en andere door teken overgedragen ziekte dit jaar explosief voor invaliderende besmettingen zal zorgen. De eerste symptomen zijn gelijk aan Covid 19 en zijn slechts in 50% met testen te diagnostiseren. De overdracht door wilde dieren is daar ook debet aan. Vossenlintworm komt ook steeds meer voor. We zullen de negatieve effecten moeten accepteren.
    Alles wat groeit en bloeit en ieder levend wezen hebben een relatie met elkaar. Nu er minder gevlogen wordt is de zonkracht met 10% toegenomen. Meer huidkanker waar de toekomstige generaties rekening mee moeten houden. Warm en vochtig waardoor schimmels, bacteriën en virussen beter gedijen.
    De overdracht door diern is al eerder bewezen. De vogeltrek was verantwoordelijk voor griep besmettingen. Teken zijn een pandemie in Nederland. Covid 19 kan wel eens een gevaar voor de mensheid worden. Honden spelen met elkaar in parken, uitlaatplekken en snuffelen aan elkaar. Zonder mondkapje. Elk verhaal heeft 2 kanten. Oostvaardersplassen, massale vissterfte, herten-en paardensterfte, ganzen en vossen.
    Nederland is geen land met natuur maar 1 grote stad en aangelgde parken. Er staat geen bos in Nederland dat niet door mensenhanden is aangelegd. De leefgebieden voor de grote zoogdieren worden steeds kleiner of onleefbaar door voedseltekorten.
    De stad is het nieuwe habitat.
    Elke verandering is geen verbetering. Dat zie en weet ik omdat ik 65+ ben en mijn hele leven in de natuur heb doorgebracht. Praktijkervaring heet dat.

    1. Beste Anton, da’s een hoop bij mekaar zo. De natuur brengt zeker niet alleen goeds, de natuur is ‘eten en gegeten worden’. Als mensen willen wij nog wel eens vergeten, dat ook wij tot de voedselketen behoren.

Geef een reactie