Ode aan het seizoen waarin het saai en duister lijkt

NATUURDWALEN * Voor de School voor Dwaalkunst schreef ik deze tekst. Over de focus op de schoonheid van óók de donkere periode van het jaar. En: met een recept tegen de winterdip.

Ode aan de winter

‘s Avonds hoor ik de steenuilen weer roepen. Het is ineens jas- en sjaalweer geworden. Binnen heb ik de verwarming hoger gezet. En ofschoon de bomen nog vlammen in hun legendarische najaarstinten, voel je: de winter is in aantocht.

Dit zijn de dagen waarin de nachtvorst dreigt te naderen, de planten zich terugtrekken in de grond, of afsterven. De laatste bloemen aan de keizerskaars lokken nog een laatste hommel, de mussen en mezen pikken de zaden uit de teunisbloem.

Dit zijn de dagen die veel mensen verafschuwen. De winter komt eraan.

Maar ho!

Mag ik even een lans breken voor de winter?

Lange tijd zag ik in alle seizoenen de charme en vreugde, maar ervoer ik de winter als een uitzichtloze periode, waar maar geen eind aan kwam en waar ik in februari wel echt he-le-maal klaar mee was. Want… ik zag de schoonheid niet.

Juist door de natuur in te gaan en te gaan dwalen en mij te gaan verbinden met dat wat de moeite waard is om naar te kijken en om te ervaren, heb ik gemerkt en beleefd en doorvoeld dat de winter een fantastische periode is.

Het recept tegen de winterdip is natuurdwalen.

Als je gaat dwalen zul je ervaren dat je ook deze maanden magische wonderen kunt beleven. Maar ze zijn klein en je moet er geduld en oog voor oefenen en dús langzamer worden, anders loop je eraan voorbij. Vertraag dus als eerste je pas.

Dan zie je ineens hoe magistraal de winterluchten kunnen kleuren in zachtroze en ijsblauw met grijze wolkenflarden. Hoe bijzonder de zonneharpen in het bos zijn. Dat je zelfs op een grauwe dag kunt genieten van de silhouetten van de bomen, als zij hun bladerkleed af hebben geworpen en daar staan in hun solide gedaante. En dat de stammen van de eiken oranje opgloeien aan het eind van de dag. De winter is vet! Zoek ‘m veelvuldig op je onderzoeksgebied. Maak een deepmap van de winter.

Nog een onderdeel van het winterdiprecept: luister naar wat je beleeft in de stilte

De winter is een tijd waarin je jezelf verstilling mag gunnen, waarin alles mag zakken, neerdalen naar de Aarde. Dat is noodzakelijk om straks weer op te kunnen leven. Je kúnt niet altijd aanstaan. Ga stil voort. Snuif de geur van regen en vochtig herfstblad op. Koester de jonge knoppen al aan de takken, verheug je over het rood kleurende braamblad. Hoor de vogels. En luister onbevangen naar je innerlijke wensen en dromen en gedachten, wat borrelt er, daar diep in jou?

En dan: verbind je met anderen in alle aandacht

Op zich is de winter een periode van meer alleen zijn, in jezelf, maar ook warmte zoeken bij de mensen die je graag bij je houdt.

Nog een ingrediënt van het recept: kijk terug en vooruit

Gebruik je dwaaltochtje eens om te overdenken wat de afgelopen seizoenen je gebracht hebben. Wat heb je allemaal gedaan? Download het gratis Year Compass en vul het in. Dat helpt je terugkijken en ook vooruitkijken.

En tot slot: omarm ook de duisternis

Waarom zetten wij het donker en de duisternis in onze cultuur vaak weg als ongewenst: de ernst, het verdriet, de eenzaamheid, de rouw of de vertwijfeling?

Ook dat alles, mag er zijn.

En er is best wat te rouwen. Wellicht in je persoonlijke leven, maar ook om wat er gebeurt in de wereld.

Want als je het goed bekijkt, wordt nu zelfs de winter bedreigd. De nachtvorst treedt steeds later in, en is in het voorjaar eerder vertrokken, de temperaturen zijn steeds hoger.

Het besef dat door de opwarming van de Aarde ons de winter wordt ontnomen…

Moeten we over een poos rouwen om het verlies van de winter?

En hoe rouw je sowieso om de teloorgang van de natuur ín de natuur, die ons toch zo goed kan troosten?

Tegenwoordig heb ik namelijk wel eens de balen als ik de natuur inloop. Waar de natuur mij normaal altijd troost, energie of ideeën geeft, of me tot rust brengt, vind ik mezelf nu soms in tranen, of woest briesend op het pad. Vanwege de argeloosheid van de mens die maar blijft door consumeren. Vanwege de hitte en droogte. Drie straten verderop liggen veertien reusachtige populieren horizontaal in de wei, zó, hopla, geveld door een valwind afgelopen zomer. Hun wortelkluiten zijn pardoes verticaal getrokken en steken daar nu hulpeloos omhoog.

En toch… toen ik op een middag bij die kluiten stond te rouwen, zag ik iets wonderlijks. Er ontsproot alweer vers, frisgroen loof! De natuur vecht zich ter plekke een weg terug, de oerkracht en groeidrang laten zich niet zomaar stopzetten. En toen het gouden avondlicht door wat laatste distelpluis scheen, ademde ik weer rustig in. Ik raapte een fazantenveer uit het gras. Focus op de schoonheid was de boodschap die binnen dwarrelde.

De natuur is pijnlijk soms, maar altijd indrukwekkend veerkrachtig. Laten we zeker de realiteit niet negeren, maar ons wél blijven voeden met de schoonheid die er toch ook nog steeds is, om door te kunnen gaan.

Er sterft niets af, het blijft leven, het een gaat, waardoor het andere kan komen.

We zullen vaker moeten rouwen om dat wat was, in komende tijden. Maar onthoud: er is áltijd hoop te putten, uit de nerf van een boomblad, de glans van een kastanjevrucht, de veer van een vogel.

Geef een reactie