10 bloeiende heesters voor de winter en het vroege voorjaar

NATUURTUIN * Voor een tuin vol leven, zijn bomen en heesters van belang. Ten eerste geven ze je tuin structuur, ook in de wintermaanden. Ze geven hoogte, diepte en kunnen als zichtpunt dienen, of juist iets lelijks verdoezelen. Daarnaast kun je ze strategisch op de wind plaatsen, zodat je net wat minder gure waaihoekjes hebt. Ook kunnen ze zorgen voor schaduw en zelfs voor isolatie van een buitenmuur. Bonus: met hun bloesem en vruchten zorgen ze een seizoen lang voor leven en kleur.

Heesters vormen de basis van je tuin, en bieden tegelijkertijd beschutting en nestgelegenheid voor allerlei dieren. Het tuinjaar begint verrassend vroeg als je erop let. Terwijl binnen de verwarming nog snort, staan buiten sommige struiken al in bloei. Die vroege bloei is niet alleen mooi voor ons, maar ook cruciaal voor de eerste bestuivers die rondvliegen op zoek naar nectar en stuifmeel, vaak zie je aardhommelkoninginnen als eerste op speurtocht naar voedsel. Later sluiten ook andere bijensoorten, diverse soorten zweefvliegen en zelfs nachtvlinders aan. Verderop in het jaar leveren de bessen, appeltjes, bottels of zaden weer voedsel, maar dan voor vogels en kleine zoogdieren. Met een doordachte mix van heesters en vaste planten bouw je dus aan een buffet dat van maart tot en met december open is.

heesters met bloesem
Van boven naar onderen: sleedoornbloesem, gele toverhazelaar, braambloesem met aardhommel, hazelaarkatjes.

Het eerste feestje van het jaar

Bloeiende heesters zorgen ook voor ’tuinvreugde’, want de eerste bloesem na een grijze winter ogen als een feestje. En het hele seizoen zijn heesters en bomen een toevluchtsoord voor vogels en misschien zelfs eekhoorns, wat natuurlijk superleuke taferelen oplevert. In het najaar en winter geven de bessen of vruchten de tuin kleur, en trekken ook weer vogels.

Soorten om te kiezen

Of je nu een flinke klustuin hebt of een piepkleine stadspatio, er is bijna altijd ruimte voor ten minste één bloeiende heester. Begin met één soort waar je echt blij van wordt, observeer wat er op afkomt en bouw van daaruit rustig verder. Zo groeit je tuin stap voor stap uit tot een groene, levende plek waar mens en natuur elkaar elke dag even tegenkomen. Ik noem in deze blog een paar soorten.

Vroege bloei: magnolia, toverhazelaar en kornoelje

Zeker bij soorten die al bloeien vóór het blad uitloopt, zoals een rijk bloeiende magnolia, verandert je tuin in één klap in een schilderij. Ook de toverhazelaar (Hamamelis) opent zijn krullerige, sliertige bloempjes soms al in januari en is er in de tinten roze, geel en oranje. Verder is de gele kornoelje (Cornus mas) is een sterke soort voor vroege kleur. De kleine gele bloemtrosjes verschijnen vaak al in februari en zitten in no time vol met insecten zodra de temperatuur even oploopt.

Voedsel voor bestuivers: katwilg en sleedoorn

Katwilgen (Salix viminalis) begint al vroeg met zachtgrijze katjes, die later veranderen in gele pollenbommen zodra de zon erop staat. Voor hommels zijn ze een waar voedselbuffet na de winter. Sleedoorn (Prunus spinosa) bloeit ietsje later, vaak vóór het blad zich ontvouwt. De witte wolk van bloesem langs een heg zit vol zoemende insecten, terwijl de doornige takken schuilplek bieden aan kleine vogels. Sleedoorn kan flink uitlopen, dus zet deze in een wat ruigere hoek van de tuin. In een kleine stads(voor)tuin kun je kiezen voor een enkel exemplaar als blikvanger en daar omheen wat inheemse vaste planten en verwilderingsbolletjes. Dan heb je meteen een voorjaarsknaller staan. In de nazomer verschijnen er paarse minipruimpjes die nogal zuur zijn, maar wel eetbaar. Sommige mensen vinden ze na de vorst (of een nachtje vriezer) lekker en ze zijn te gebruiken in gerechten of chutneys waar je een zuurtje in wilt.

Voedsel voor insecten én vogels: meidoorn, lijsterbes, hondsroos, vuilboom of veldesdoorn

Meidoorn, lijsterbes, hondsroos, vuilboom (ook wel sporkehout) of veldesdoorn (ook wel Spaanse aak) zijn deze inheemse (= op onze gronden van nature voorkomende) heesters zijn zeer geschikt voor de insecten en vogels die hier leven. Hun bloemen zijn minder gekweekt dan veel tuincentrum-soorten en daardoor vaak rijker aan nectar en stuifmeel. Veel wilde bijen en zweefvliegen zijn zelfs specialist op één of enkele inheemse planten. In de herfst hangen diezelfde struiken vol bottels of bessen, waar merels en spreeuwen zich tegoed aan doen. Als je ruimte hebt voor maar één heester, kies dan bij voorkeur een soort die én bloeit én bes draagt. Dan profiteert meer dan één soort dier mee, bijvoorbeeld lijsterbes. Laat je bij een boomkweker goed informeren over de breedte en hoogte van een struik.

heesters met bessen en bottels
Van boven naar onderen: de bloesem van klimop in de nazomer is belangrijk voor vlinders, meidoornbessen, rozenbottels, bessen van de Gelderse roos, sleedoornbes.

Heesters in je kleine tuin

Heb je een kleine tuin of smalle border, dan is het extra belangrijk om slim te planten en kan juist een heester een goede vervanging voor een boom zijn. Je kunt bijvoorbeeld combineren: een vroegbloeiende heester, eentje die in de zomer bloeit en een laatbloeier of eentje die in de herfst mooie vruchten heeft. Denk aan een toverhazelaar voor de winter, een hondsroos voor hoogzomer en een sierappel of sierkwee voor het najaar. Ook al heb je een kleine tuin, dan kun je met één of twee van dit soort heesters al een groot verschil maken. Zet ze bijvoorbeeld in de buurt van het huis, zodat je de bloemen vanuit je raam ziet. Zo profiteer je ook op druilerige dagen van hun lichtpuntjes.

Ook verticaal ‘stapelen’ helpt. Leid een klimplant zoals kamperfoelie, bosrank (Clematis) of een klimroos door een losse heester. Zo creëer je een extra laag bloemen zonder meer vierkante meters in te nemen. Zo bouw je als het ware een bloemenflat voor insecten, iets waar in stedelijke tuinen steeds meer behoefte aan is. Inspiratie voor zulke gelaagde, groene tuinen sluit mooi aan bij de natuurinclusieve aanpak die je ook bij kwekers als Ten Hoven Bomen tegenkomt.

Verzorging van je heesters

Een natuurrijke tuin gaat niet alleen over soorten kiezen, maar ook over hoe je ermee omgaat. Met een paar eenvoudige aanpassingen in onderhoud vergroot je de biodiversiteit flink, terwijl je zelf minder hoeft te ploeteren met snoeischaar en bladblazer.

Snoeien met gevoel voor bloei en biodiversiteit

Veel heesters bloeien op oud hout. Snoei je ze te heftig en op het verkeerde moment, dan kun je een jaar lang nauwelijks bloemen verwachten. Als vuistregel: heesters die in het voorjaar bloeien, snoei je direct na de bloei. Zomerbloeiers kun je in het vroege voorjaar aanpakken. Laat altijd een deel van de oude takken staan, zodat insecten en vogels beschutting en overwinteringsplekken of zelfs bloei behouden. Om en om snoeien kan ook: het ene jaar de ene struik, het andere jaar de andere.

Je hoeft ook niet elk takje ‘netjes’ weg te knippen. Een dode tak kan hol zijn en zo een perfecte plek vormen voor solitaire bijen. Een wat rommeliger hoekje, met takken en blad, is vaak vele malen waardevoller dan een tot op de centimeter bijgewerkte tuin.

Bodem als basis voor sterke heesters

Een gezonde bodem is de motor achter sterke, weerbare planten. Laat blad waar mogelijk liggen onder je heesters; dat vormt een natuurlijke mulchlaag, houdt vocht vast en voedt het bodemleven. In plaats van turfrijke potgrond kun je werken met compost en je eigen bladeren of die uit de straat (ik sta zelf altijd overal in het dorp blad te harken). Dat sluit beter aan bij de grondsoort en belast de natuur minder.

Overbemesten zorgt snel voor zachte, gevoelige groei en kan de bloei juist verminderen en hoeft vaak helemaal niet als je die bodem al op orde houdt zoals hierboven staat. Kijk naar je planten: zijn ze frisgroen, bloeien ze en is er voldoende nieuw blad? Dan is je bodem waarschijnlijk al in balans en kun je het bij af en toe wat compost houden. Bij rozen of heesters die bij de rozenfamilie horen, zoals meidoorn en sleedoon, kun je af en toe bananenthee gieten: thee getrokken van gedroogde (biologische) bananenschillen

Geef een reactie