NATUURDWALEN *In mijn Dwaalgids schrijf ik over dat dwalen door de natuur de mens kan redden. Het inspireert, verrast en brengt rust. Dwalen hoeft niet altijd in een bos of op de hei. Sterker nog: ik dwaal dagelijks in mijn eigen tuin. Ik geef je tips over hoe je van zelfs de kleinste tuin een dwaaltuin maakt.

Mijn tuin is niet groot, maar hij is wel ‘eindeloos’. Door slimme keuzes te maken, heb ik een plek gecreëerd waar ik elke dag opnieuw kan verdwalen in verwondering. Wil jij dat ook? Hier zijn mijn basistips voor een ecologische dwaaltuin.
1. Volg je intuïtie en leg ‘m zelf aan
Een dwaaltuin leg je zelf aan. Jij maakt het verschil. Dan is het ook echt jouw tuin en leer je ‘m steeds beter kennen en weet je waar er wat te verwonderen valt. En het mooie is: je tuin gaat dan ook jou verrassen.
- Start met een logische basis. Teken een plattegrond en kijk waar veel of weinig zon is: dat zijn aparte biotopen. Teken paden die daarheen en vandaan lopen vanaf huis of terras, zorg dat je kunt ontdekken en je hele tuin door kunt slingeren aan één stuk. Kijk waar je nog meer wilt zitten, in je eentje (dwalen doe je bij voorkeur alleen). Kijk ook eens welk pad ontstaat: waar willen je voeten gaan? Is je eventuele voortuin met je achtertuin te verbinden?
- Begin klein. Haal wat tegels eruit, meng wat biologische tuinaarde door het bouwzand en plant een struik en plant die op die plek zal gedijen. Een lokale kweker kan je adviseren.
- Spotten: leuk is het om de app Obsidentify (inheemse planten en dieren) en Plantnet (tuinplanten en inheemse planten) te downloaden om te ontdekken wat je nou eigenlijk bent tegengekomen.
- Uitgebreide deelinformatie over natuurlijk tuinieren vind je volop op deze website en in mijn boeken.
2. Maak coulissen
In een klassieke tuin zie je in één oogopslag waar het gazon ophoudt en de schutting begint. In een dwaaltuin zorg je juist voor verrassingen door de tuin in op te bouwen in ‘coulissen’ en ‘kamers’, denk aan de klassieke kijkdoos die je als kind maakte, of aan het decor van een theater.
- Slingerende paden: Gebruik geen rechte lijnen. Laat een pad verdwijnen achter een struik of een takkenril.
- Doodlopende paadjes: Leg kleine zijpaadjes aan die leiden naar een plekje om te mijmeren. Een omgekeerde boomstam of een verborgen bankje of zelfs stapel stoeptegels is genoeg.
- Een takkenril dwars in een border: handig om je snoeihout in te gooien, maar ook om een verscholen hoekje te creeren.
- Een boog van wilgentakken, een metalen rozenboog, een begroeide pergola of boog van tuinhout/robinia.
- Een haag om, maar ook ín de tuin om kamertjes en muurtjes op te trekken.
- Een grotere wintergroene heester waarachter nog een stukje tuin ligt
- Stapelmuurtjes van stoeptegels of andere bouwmaterialen
3. Ga van laag naar hoog
Zelfs op een klein oppervlak kun je de ruimte vergroten door de hoogte in te gaan. Ik werk met een mengeling in hoogtes. Je zet die neer zodat er een op- en neergaande laag ontstaat. Dit is gewoon uitproberen. Als je het het ene jaar een hoekje minder goed gelukt vindt, haal je planten in het najaar uit de grond en zet je ze op een betere plek.
- Lage planten: Inheemse planten als paardenbloemen, kleine veldkers, ooievaarsbek, dovenetel, en in de schaduw maagdenpalm en schijnaardbei.
- Middelhoge planten: inheemse planten als stinkende gouwe, brandkruid en dagkoekoeksbloem, cultivars als dahlia (knollen eind april in de grond), salvia en prachtkaars.
- Hoge planten teunisbloem, toorts, vingerhoedskruid, kaardenbol en cultivars als zonnebloem en cosmea (voorzaaien op de vensterbank).
- Kleine bomen, heesters en struiken: Voor beschutting en diepte, maar ook eetbaar, kies voor voedselbosplanten die bloeien en oogst geven.
- Een houten paal, (vlecht)rek of pergola als je geen bomen kunt planten, maar je toch ergens hoogte wilt maken, aan een paal pergola kun je een vogelhuisje of insectenhotel hangen en klimplanten tegenaan laten groeien.
4. Maak dwaalstations
Een dwaaltuin leeft. Hoe meer leven, hoe meer er te zien valt tijdens je dagelijkse ronde. Stapelmuurtjes, een insectenhotel, een takkenril, een bloemenborder of een vijver zijn decoratief, maar ook de ‘stations’ op je dwaalroute: er is altijd wel wat te beleven en zien. Zo kun je op je dagelijkse dwaaltochtjes kijken hoe alles zich ontwikkelt en eventueel ingrijpen. Laat ook bepaalde dingen ‘los’: dan kan de natuur z’n gang gaan en nog meer interessants brengen. Dwaaltuinieren is geen ‘onderhoud plegen’, want het is onderdeel van het dwalen: een steeds beter dwaalparadijs maken. Hoera! Tuinieren wordt zo leuk in plaats van een moetje!
Tuindwalen doe je met al je zintuigen:
- Zet je blote voeten letterlijk in het gras om te aarden.
- Hurk bij de dovenetel om te zien wie daar zit te brommen.
- Steek je neus tussen het strooisel in de kruidenhoek en zie de vuurwants zonnen.
- Ruik aan de bloesem.
- Luister naar de vogels, op allerlei uren van de dag.
- Ga ook na de schemer eens stilletjes ergens zitten.
- Geef de boom een bemoedigend klopje.
- Laat de uitgebloeide silhouetten in de winter staan en de bladeren liggen. Ook dan valt er te dwalen: langs bevroren randjes en slapende knoppen en langs overwinterende dieren: kijk maar eens in zaaddozen en holle stelen, of tussen het bladerdek en onder stenen.

Rechts: de toorts wordt enorm aangevreten, niet door slakken, maar door dikke vette rupsen. Wat te doen? Niks! Dit is een schoolvoorbeeld van de functie van een waardplant: voer voor de rupsen, die straks een indrukwekkende nachtvlinder worden.
Mijn momentopnames van verwondering:
Op dit moment (april) zijn dit de hoogtepunten van mijn dagelijkse dwaaltocht:
- De bouwmeesters: Bij de insectenhotels kijken hoe metselbijen hun kraamkamers secuur dichtmetselen.
- De overlever: Mijn toorts, die eerst het stof en zaagsel van de verbouwing trotseerde, wordt nu vakkundig opgegeten door de rupsen van de volgeling (een prachtige nachtvlinder). Ik moedig de plant dagelijks aan: hou vol, dit hoort er nu eenmaal bij als waardplant!
- De levendige buurtjes: De mussen die eerst badderen en drinken in de vijver om vervolgens behendig rafels van mijn nieuwe pergola te trekken als nestmateriaal.
- De onverwachte ontmoeting: Die kleine salamander in de vijver, die ik zag toen ik mijn gedachten liet varen en doelloos in het water staarde.
- De geurige bloesem: de bloemen van de nashipeer en kweepeer staan roomwit te shinen!
Bonustip: tuinen kijken voor inspiratie
De tuinverenigingen Velt en Groei & Bloei organiseren open tuindagen door heel Nederland en Vlaanderen. Je kunt dan in de tuin van particulieren rondsnuffelen (je komt op de bijzonderste plakken terecht) en inspiratie opdoen voor je eigen (dwaal)tuin. De tuineigenaar kun je direct vragen stellen. Ik doe er altijd massa’s aan ideeën op.
- Ecotuindagen Velt
- Groei & Bloei opentuinenweekend het startpunt van een hele zomer vol opentuinenroutes in NL en Vlaanderen
Eind juni is mijn eigen dwaaltuin in basis aangelegd en maak ik een aparte rondleidingsblog!
Dwaal jij al in je eigen tuin? Ik ben benieuwd welke kleine wonderen jij vandaag bent tegengekomen. En heb je nog aanvullende tips voor dwaaltuiniers?
