NATUURDWALEN/POTJE OFFLINE * Bespiegeling over het beu zijn van deze kille winter, en wat somberheid over het verdwijnen van het schrijversambacht door kunstmatige intelligentie. Is het teruggaan naar de kern, weer met eigen handen wat maken, en meer offline zijn, de oplossing? En: hoe moet mijn nieuwe boek er dan uitzien?
De ene winter is de andere niet. Deze is saai, koud en kil. Voornamelijk zie ik een witte lucht en af en toe is er zo’n zonnige dag waarop ik denk: zou het dan nu bijna lente zijn? Maar die hoop is precies bij dit soort winters verraderlijk. Er is nauwelijks bloei te zien, ja, hier en daar een triestig sneeuwklokje dat zijn kopje opsteekt in een verder vrij troosteloze tuin. Vol dode plantentakjes die ik toch maar laat staan, omdat daar larven en eitjes van beestjes in huizen, of de beestjes zelf in overwinteren. Dus hmmm, ik moet zeggen, ik word nooit zo blij van dit soort omstandigheden in februari, maart.
Ik moet mezelf echt naar buiten sleuren. En op het moment dat mijn dorpsgenoten zich volop in het carnaval storten, rijd ik dan maar weg, op zoek naar nieuwe natuurgebiedjes die ik nog niet ken in deze regio waar ik net ben komen wonen. En dan blijkt maar weer, dan moet ik dus nu 17 minuten in de auto zitten om naar een bos met vennen te kunnen komen. Ik wil graag een wandeling met water vinden in mijn omgeving. En dan moet ik ruim een kwartier autorijden. Mopperend.
Kortom, ik ben in een niet zo vrolijke bui, maar ik duw mezelf toch die natuur in, want ik weet dat ik straks verheugd naar huis rijd, lichter, maar vol ideeën. Ik krijg feitelijk onderweg naar dit bos al inspiratie, namelijk dit wat ik nu opschrijf. En nog geen zes stappen in dat bos en ik sta al verheugd over een elfenbankje gebogen, onder het gekraai van een buizerd boven het nabije veld. De natuur did it again, ik voel me vrij en verlost.
Naast het chagrijn over de winter, ben ik treurig gestemd omdat het vak dat ik al meer dan 30 jaar uitoefen – of eigenlijk al mijn hele leven uitoefen, want ik schreef al voordat ik kon schrijven, ik dicteerde mijn moeder – dat dit ambacht nu de das om wordt gedaan door Artificiële Intelligentie, waar ik nota bene zelf ook regelmatig dankbaar gebruik van maak. Ik gebruik ‘Chat’ en ‘Gem’ als sparringpartner, als ideeëngenerator, om even iets tegen het licht te houden, als collega, zelfs om mijn naaimachine aan de praat te krijgen of een offerte te beoordelen. En ik zie de mogelijkheden die akelig goed zijn. Als je slimme prompts maakt, krijg je aardige teksten.
Vaak moet ik er zelf nog best aan sleutelen uiteindelijk, maar het geeft me in ieder geval richting. Op momenten van haast, een te vol hoofd, geen puf, is het makkelijk grijpen naar dit soort middelen en hé ik ga toch ook mee met de tijd? Ik studeerde nog af op een typemachine en heb steeds alle zich aandienende nieuwe communicatiemiddelen met groot enthousiasme omarmd. Ik vond het allemaal razend interessant. Elektronisch tekstverwerken, mailen, internet, sociale media. En nu AI.
We zijn nu een poosje met z’n allen met die AI bezig, dit is nog maar het begin. De scholieren en studenten maken er al dankbaar gebruik van tot schrik van docenten. Vele journalisten en tekstschrijvers, maar ook niet tekstschrijvers schrijven ermee. Soms lees ik een post van iemand waarvan ik denk, goh, dat heb je knap opgeschreven, ik wist niet dat je het in je had. En direct besef ik dan, oh ja, natuurlijk… dat is gewoon chat djie pie tie. Maar toch: schrijven, een tekst induiken, zoals ik nu doe, is ook: in een flow raken, je gedachten ordenen tussen de woorden, de spaties en de lettertekens door. Een poos verdwijnen in het wereldje van een tekst, dat vanzelf ontstaat omdat je het zelf creëert. Dat is toch miraculeus?
En daardoor vind ik ook de communicatie op sociale media steeds minder leuk worden, want mensen gebruiken AI om te formuleren. Je weet daardoor niet meer goed of je iemand nou echt een briljante denker of schrijver is, of dat diegene een juist commando heeft weten in te voeren? Is die persoon wel echt ín die tekst geweest met z’n hoofd?
Dus al met al, staat toch ook mijn vak op de tocht, net zoals die natuur waarover ik wil berichten. Wat voeg ik nog toe met een boek, dat ik toch wil gaan schrijven, in samenspraak met mijn uitgever? Ik vind boeken enorme inspiratiebronnen. Ik heb ze altijd graag gelezen. Ik heb er veel. Ik vind ze in boekenkastjes, ik krijg ze, ik koop ze, ik zoek ze, ik schrijf ze zelf. Mijn kasten puilen uit, er liggen her en der leesstapels. Maar wat voegt een boek nou nog toe in deze tijd? En hoe weet je of het is geschreven door iemand die echt met zijn hele hebben en houwen in die tekst heeft gedacht, geleefd, gewikt en gewogen? Of juist spontaan z’n gedachten uit z’n vingers heeft laten vloeien en daarna is gaan schaven?
En toch wil ik een boek maken, juist nu, maar dan moet dat wel gebaseerd zijn op juist de klassieke manieren om jezelf creatief te uiten. Ooit kon ik uren opgaan in tekenen, schrijven, knutselen, iets maken. Nu wordt mijn vrije tijd opgeslokt door sociale media, door online vergaderingen, het beantwoorden van e-mail. Ik rijd liever 1,5 uur naar een kale horecagelegenheid om daar begeesterd en ongelimiteerd te brainstormen met boeiende mensen die van andere kant van het land komen, dan dat ik zoiets met Zoom of Teams zou moeten doen. Ik vind online meetings alle energie uit een conversatie halen. Het is praktisch, ja.
Maar ik wil naar buiten, echte mensen zien, mijn omgeving voelen. Ik wil elke dag offline zijn, naast al het online. Ik wil elke dag minstens een uur, bij voorkeur natuurlijk langer, buiten zijn, ofwel in mijn eigen tuin, ofwel op mijn eigen vaste ommetje dwalen of in een natuurgebied, in de regio of verder weg. Natuurdwalen gaat me helpen in dit proces.
Natuurdwalen gaat me inspireren, me redden en ik ga ook weer mijn handen gebruiken. Ik ga weer knutselen, weer tekenen, weer schilderen, weer dingen maken. En, gewoon blijven schrijven. Dat is nou eenmaal waarvoor ik geboren ben. Schrijven, communiceren, laten zien, inspireren, mensen spreken en hun verhaal en kennis noteren en verspreiden. Dat heb ik mijn hele leven gedaan en dat blijf ik doen. Tot zover mijn eerste gedachte over het boekproject dat nu nog de werktitel ‘Potje offline’ heeft.
Ik zit nog te dubben. Zal ik vanaf nu nog maar één keer per week op Instagram en Linkedin kijken? Zou het me lukken en helpen? Gewoon die apps van de telefoon gooien en eens zien of ik afkickverschijnselen krijg? Het is me afgelopen maanden al aardig gelukt, want ik grapte: wil je van je sociale-mediaroutine af, dan moet je een klushuis kopen. Ik heb gelukkig nog een flinke DIY-lijst. Als eerste ga ik maar weer eens een muurtje verven. De vraag is dan wel weer: als je offline gaat, mag je dan nog wel podcasts luisteren? Want dat schildert zo lekker.

Heb je tips voor offline creativiteit of van je telefoon afblijven, laat het hieronder weten in de comments!
Oja, en fuck SEO, ik schrijf dit niet om gevonden te worden, maar om selectief te delen.
